VOGELEN

13 maart 2005
Mijn Orpingtons

Mijn Orpingtons

Wat veel stadjers niet weten, is dat je ook met kippen een band kunt opbouwen. Dan bedoel ik niet de scabreuze man-kip-relatie zoals die in Pompeï versteend en opgegraven schijnt te zijn, niet de economische band per kilo zoals de kippenboer het met zijn pluimvee heeft en ook niet de culinaire binding van fijnproever met filet en barbecue. Nee, ik heb het over de hobbyfokker en zijn gevederde vrienden. Waarbij ik dan weer meteen de kanttekening moet maken dat fokker in mijn geval enigszins grootspraak is bij ontstentenis van een haan in mijn ren, dat vrienden dus eigenlijk vriendinnen zou moeten zijn, maar dat de verstandhouding eigenlijk afstandelijker is dan dat woord suggereert.

Het begint allemaal met observatie, langdurige observatie. Dat is een liefhebberij die ik deel met andere vogelliefhebbers of vogelaars, hoewel dat laatste woord wellicht onbedoeld eerder genoemde Pompeï-associaties oproept. Zoals bekend zijn vogelaars luie natuurliefhebber. Zij maskeren dat door zichzelf te afficheren als ‘vroege vogels’. Voor dag en dauw trekken ze het veld in om zich daarna ergens in het vochtige gras of tegen een houtwal aan te vleien, de verrekijker aan het hoofd en observeren maar. Neemt u van mij aan dat er dan heus wel eens een wegsukkelt. Dag en dauw en verrekijker heb ik niet nodig. Mijn kippen zijn er ’s middags ook nog en bovendien zo dichtbij dat ik ze makkelijk met het blote oog kan waarnemen. Mijn vogelboek – veldeditie – kan ook in de bibliotheek blijven omdat ik mijn kippen al lang geleden op het internet heb opgezocht en wat er verder boven mijn hoofd vliegt ken ik wel zo’n beetje. Vlaamse gaai, ekster, kraai, kauw, mussen – jazeker wij hebben ze nog, maar wij kloppen dan ook gewoon nog elke dag ons tafelkleed buiten uit – , duiven, houtsnip en roodoor buul-buul. Roodoor buul-buul? Er is er blijkbaar weer een ontsnapt uit de tropische volière van de buren. En als de schemering valt komen de vleermuizen, hoewel die strikt genomen buiten de hobby vallen omdat het geen vogels zijn en omdat de kippen tegen die tijd alweer op stok zijn. Als de nachten zwoeler worden zit er dan nog wel eens een uil vals naar me te loeren vanuit de beuk achter het huis.

Wat ik dan zoal observeer? Om te beginnen onderlinge verschillen. Ook bij ons heetten de kippen aanvankelijk kip 1, kip 2, enzovoort. Inmiddels kan ik de individuele kippen onderscheiden en ze hebben ook allemaal een eigen naam. Die ga ik hier niet noemen, dat zou allicht mijn geloofwaardigheid als columnist aantasten omdat mijn kinderen betrokken zijn bij die naamgeving. Overigens valt het ons op dat de kippen niet naar hun naam luisteren. Ze apporteren ook niet, pikken hooguit wat graan uit de hand en scharrelen rond onze terrastafel op zoek naar kruimels, hetgeen dan weer ten koste gaat van de mussen. Ja, ja, de vogelwereld is een ecosysteem in wankel evenwicht.

Maar er is meer. Mijn kippen vertonen onderling verschillend gedrag. Ze zijn van één ras, Orpingtons, maar verschillend van kleur; boeuf, blond dus, en zwart. Niettemin kan ik daar volkomen politiek correct over spreken omdat niet de veerkleur, maar afkomst en milieu daaraan ten grondslag liggen. De blondjes komen uit het safaripark Beekse Bergen en zijn veel makkelijker in de omgang dan de zwarten, die ik van een kippenfokker uit Ommen heb betrokken. De ex-cheetah-hapjes zijn dankbaar voor elke dag die ik ze schenk, de raszuivere, showvaste zwartjes lijken me niet te willen vergeven dat ik ze van de landelijke Achterhoek naar de Randstad heb versleept.

Los van het observeren, hebben standaardvogelaars en ik overigens niet veel gemeen. Zo komt de vogelaar in het veld nauwelijks in aanraking met vogelpoep. Een verdwaalde meeuwenkeutel daargelaten. Ook qua verwachtingspatroon verschillen we nogal. Ik verwacht elke dag een vers eitje, de man/vrouw-in-het-veld koppelt dat los van zijn hobby en betrekt die gewoon van de supermarkt.

Vanmorgen nog werd ik keihard met die verschillen geconfronteerd. Ik was het hok aan het uitmesten. Vanwege de laatste stuiptrekkingen van de winter had ik de mest een paar weken laten liggen in verband met de warmte-isolatie. Het wordt dan een louterend karwei, kan ik u verzekeren. Tegelijkertijd viel me op dat ik op woensdag, gehaktdag, het laatste eitje had geraapt om het gehakt te binden voor mijn wijd en zijd beroemde hamburgers.

Ik heb mijn kippen toegesproken toen ze terugkwamen van het overhoop halen van mijn tuin in hun frisse hok en aangeharkte ren. Op een manier die voor de buitenstaander wat cru zal overkomen, maar die bezien moet worden vanuit de in lange jaren opgebouwde band tussen mijn kippen en mij. ‘Leggen of liggen,’ heb ik gezegd, ‘eieren of de barbecue’. Zo lang is het immers niet geleden dat ik mijn tuin nog beschouwde als een bron van zelfvoorziening; dagelijks verse groenten en af en toe een stukje vlees.

Ik denk dat ze het begrepen hebben. Morgen voor ons allemaal een vers eitje bij het ontbijt.

Tags:

Comments are closed.

 

maart 2005
M D W D V Z Z
« feb   apr »
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031