SCHAAP

10 juni 2010

Schaap-2-19-8-2008-e1270391946432De kat speelt door de eeuwen heen een rol in de literatuur. Ik bluf maar een beetje, want veel verder dan De Gelaarsde Kat en Van den Vos Reynaerde kom ik eigenlijk niet. En dat waren nou niet bepaald heldenrollen. De kat van de Markies van Carabas, de gelaarsde, was eigenlijk een moordzuchtige en bedrieglijke linkmichel en Tybeert van Reinaart een oenige, slijmende onbenul. Weliswaar allebei dus prima typeringen van de soort, maar niet speciaal vleiend. Dan komt de kat in de moderne literatuur er beter af. Tenminste als ik op de titels af mag gaan. Zoals bijvoorbeeld De liefde tussen mens en kat van W.F. Hermans of Magnificat van Heinz Polzer, alias drs.P. Jazeker, ik ken mijn klassiekers, in elk geval van de buitenkant. Allebei dunne boekjes, dat dan weer wel.

In de moderne schrijverij struikel je over de katten, net als bij mij thuis. Beeldende kunst idem dito. Ik noem alleen de poezenstillevens van aquarelliste Francien Oomen, wie kent haar niet. De Poezenkrant, samen met de Daily Invisible het meest onregelmatig verschijnende periodiek van Nederland, bestaat inmiddels zelfs al weer zo’n 30 jaar. Vandaag de dag tel je als schrijver niet mee als je niet tenminste één kat hebt. Ik heb er vier. Het schijnt quasi-wetenschappelijk aangetoond te zijn, want het stond in de Volkskrant, dat zulks te maken heeft met het zogenaamde schrijversblok, oftewel gebrek aan inspiratie. De schrijver heeft geen flauw idee waar hij het nu weer eens over moet hebben, staart in het luchtledige en daar ligt een kat. Die kat doet niks, die slaapt, want het is overdag. Als het namelijk nacht is, ligt hij daar niet, dan is de gemiddelde kat op stap. Alleen al over dat liggen kan de doorsnee stukjesschrijver hele pagina’s volschrijven. Hij of zij dicht de kat diepere gedachten, mystieke wijsheden toe, gaat met ze in een denkbeeldig gesprek. De fantasie slaat op hol. Ik heb dat niet. Maar ik heb dan ook ongehoord onbenullige katten. Beter geformuleerd, ik woon in een huis waar ook vier (!) katten wonen; niet vrijwillig, maar omdat ik niet zeker ben van een meerderheid bij de stemming ‘die katten eruit of ik eruit.’ De enige kat die wel in mijn gezichtsveld durft te liggen – achter mijn monitor, waar het lekker warm is – heet Blanco; niet alleen omdat hij wit is, maar ook omdat hij zo kijkt. Oneindige peilloze lege domheid zie ik als ik hem aankijk, en hij mij. Die kat denk overduidelijk helemaal niks. Uren kunnen we zo naar elkaar zitten staren, zonder een vonkje inspiratie. Totdat het vrouwtje thuiskomt, dan schoffelt hij puur op instinct naar zijn etensbakje, waar hij dan steevast de andere drie treft, die zelfs te beroerd zijn om in mijn gezichtveld te gaan liggen om zo tenminste te proberen om voor inspiratie te zorgen en iets terug te doen voor de kost. En zelfs deze katten frommelen zich dus van tijd tot tijd, zoals nu, mijn stukjes binnen en verwerven zich zo een piepklein plekje in de geschiedenis. Volgens het oud-Gooise spreekwoord: ‘De kat waarover wordt geschreven, die heeft nog een tiende leven.’

En juist daarom moet ik het over Schaap hebben. Schaap was de kat van mijn compagnon en artdirector – ook van dit prachtblad – en zijn vrouw. Schaap deed zijn naam eer aan, vooral qua omvang, breedte en gewicht. Een legendarische 12 kilo. ‘Wow!’was het enige wat mijn zoon kon uitbrengen toen hij Schaap voor het eerst zag. Waar Schaap voor de deur lag, kon niemand naar buiten. Als ik bij hen op visite was en ik bleef lang genoeg – want hij was niet zo vlot vanwege de hoeveelheid kat die hij had mee te torsen – kwam hij altijd even naar me toe, knalde hartelijk met zijn kop tegen mijn uitgestoken hand en zeeg dan op mijn voeten neer als een enorme levende pantoffel. Gewoon voor de gezelligheid, helemaal niet uit op inspiratie. Dat schept een band. Schaap is niet meer op dieet, Schaap is dood. Ze hebben hem begraven op een mooi plekje onder de notenboom in de tuin en ze hebben een traantje geplengd; hoe stoer hij er ook over probeerde te doen. Ze zullen hem niet licht vergeten, maar ze zullen ook niet snel over hem schrijven. Hij is tenslotte artdirector en schrijft niet veel meer dan ik layout en zij is groenredacteur – ook van dit prachtblad – en Schaap was grijs-bruin, cypers.

En daarom neem ik hier mijn verantwoordelijkheid. Waarom zou ik voetenmof Schaap onthouden wat mijn eigen uitvreters in de schoot geworpen krijgen?

Comments are closed.

 

juni 2010
M D W D V Z Z
« mei   jul »
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
282930