PRAATJE

Buurman komt toevallig ook naar buiten als ik de vuilnisbakken buiten zet. Alhoewel toevallig; Studio Sport is afgelopen, dan krijgen de vrouwen de afstandsbediening en strekken de mannen de benen. Om de honden uit te laten, twee ruwharige teckels in zijn geval, of de vuilnisbakken, twee groene en een blauwe, in mijn geval. Groen voor het tuinafval en blauw voor het oud papier. Twee keer zoveel onkruid gewied als kranten en tijdschriften gelezen. Groeiseizoen. Al (!) mijn katten blijven achter het hek waar ze veilig zijn en toch de teckels kunnen jennen.
‘Buurman.’
‘Buurman.’
We tikken nog net niet met onze vingers tegen onze denkbeeldige petten.
Zijn teckels trekken hem richting mijn katten en mij en ik wacht rustig tot hij bij me is voor het praatje. Ondertussen trek ik misschien nog een grassprietje tussen de stoepregel vandaan.
‘Wedstrijd gezien?’
‘Ja, weer niet om over naar huis te schrijven, maar wel gewonnen.’
Mannen doen dit overal ter wereld; voor aan de straat of onder de mangrove. En om een of andere reden komt de buurman altijd ongeveer tegelijkertijd naar buiten. Ook als er geen Studio Sport is of zelfs helemaal geen televisie. En het is ook niet speciaal een ding voor mannen van middelbare leeftijd, hoewel dat misschien zo lijkt. Zogenaamde hangjongeren maken ook zelden van te voren een afspraak, maar komen wel steeds ongeveer tegelijkertijd op dezelfde plek. Met scooters in plaats van teckels en hun gesprekken zijn wellicht wat bronstiger; zeker in deze tijd van het jaar.
‘Groeizaam weertje, niet, buurman.’ Typisch een veilig mannen-op-middelbare-leeftijd-onderwerp. Buurman en ik vermijden de politiek over het algemeen en over voetbal zijn wel het meestal snel eens.
‘Tuin op orde?’ Aan mijn buurman gesteld is dat eigenlijk een gewetensvraag. Hij en ik definiëren het begrip ‘op orde’ totaal verschillend. Hij heeft feitelijk twee tuinen. Zijn achtertuin en een groentetuin een stukje fietsen verderop. ‘Waar je maar zin in hebt,’ denk ik wel; eens. Zijn achtertuin laat hij zo’n beetje aan de natuur en de kippen, er zijn een paar schuurtjes en houtopslag en er is geloof ik een vijvertje. Licht chaotisch allemaal, maar zeker niet ongezellig. Zijn groentetuin is in een delicaat macro-biologisch evenwicht.
Ik heb dit voorjaar weer veel moeite gedaan om mijn gazon superstrak te krijgen na een gecombineerde aanval van engerlingen en vogels. Dat wil zeggen de engerlingen vielen de graswortels aan en de vogels vervolgens de engerlingen, met grote kale plekken tot gevolg. Mijn automatische sproei-installatie moet alle zeilen bijzetten, want het is een kurkdroog voorjaar geweest.
‘Driehonderd liter water uit de sloot gehaald,’ zegt buurman, ‘ik heb de emmers geteld. Maar aan de planten kan ik het niet zien, die hangen er nog steeds slapjes bij.’ Dat bedoel ik dus.
Hij houdt bijen en heeft me geleerd hoe ik zelf wijn kan maken. De kinderen hebben het nog steeds over die keer dat hij van een ijzeren schoenenrooster en twee stapeltjes bakstenen een barbecue improviseerde en daar een paar heerlijke zelf geteelde maiskolven op stoofde. Ik koop mijn wijn normaal gesproken bij de slijter, maar als ik mijn gasbarbecue aansteek, komt hij graag achterom met een zelfgemaakt flesje.
Ik zie de ontketende natuur in het voorjaar als een verschijnsel dat je met de nodige inspanning en techniek in toom moet houden. Ik vind de oude beuken in onze laan prachtig, maar erger me ook aan de laag geel stuifmeel die ze op mijn mooie auto leggen en de bergen goudkleurige bladvliesjes waarmee ze m’n tuin bedekken. Om van de hars die uit zijn naaldboom op mijn lak druppelt nog maar te zwijgen. Hij neemt de seizoenen zoals ze komen. Ik scheer de haag tussen onze huizen zo strak mogelijk en hij laat de bamboe van zijn kant en brutaal doorheen woekeren.
En op zondagavond kuieren we allebei naar de straat voor ons praatje.
De katten blazen gezellig naar zijn teckels, die hysterisch aanslaan.
‘Zo is het eigenlijk op z’n mooist, met dat prille groen,’ zegt hij met z’n oog op mijn voortuin, die een beetje cottage-achtig moet ogen en er inderdaad wel geslaagd en design bij ligt, al zeg ik het zelf.
Ik denk alvast aan de zomer, aan de lange avonden met mais op de barbecue en een flesje zoete zelfgemaakte wijn.
‘Ja,’ zeg ik, ‘en vanaf nu wordt het alleen maar mooier.’
