ENGERLINGEN

27 september 2011

In en uit principe ben ik geneigd de natuur te nemen zoals hij je overkomt. Maar dat kan natuurlijk niet altijd. Zo schijnt het toch wel een paar seizoenen te duren voordat er iets van een ecologisch evenwicht in je achtertuin ontstaat als je helemaal niks doet en dan moeten de buren ook nog meewerken. Daar wil mijn vrouw in elk geval niet op wachten en de buren heb ik het niet eens gevraagd. Daarom maai ik het gazon van tijd tot tijd en snoei ik de hagen. Om ongeveer dezelfde reden koop ik soms een maïskip in de supermarkt terwijl ik er ook een uit de eigen tuin zou kunnen plukken. Ik heb overigens niet de illusie dat die kip na een lang en gelukkig leven spontaan zijn verenpakje heeft uitgetrokken en in het plastic bakje van de supermarkt is gaan liggen, net zo min als ik mag aannemen dat het scharrelrund zijn biefstukjes op vrijwillige basis ter beschikking stelt. Het is gevaarlijk om deze fundamentele ongelijkheid tussen mens en dier te verdedigen aan de hand van de natuurwetten ‘het recht van de sterkste’ of ‘het is eten of gegeten worden’. Dat is een houding die ons nog gaat opbreken. Daarom zal ik de hommel die illegaal mijn keuken is binnengedrongen, niet met de theedoek platdrukken op het vensterglas, maar met zachte hand naar buiten leiden. Dat is nog steeds geen veganisme, maar getuigt toch wel van enige redelijkheid en respect, vind ik zelf.

Maar de hommel is dan ook geen engerling.

Engerlingen, het woord zegt het al en ze komen met velen. Het zijn de larven van de rooskever, de mei- tot en met juli-kever en nog wat andere keversoorten. Op een buitengewoon achterbakse manier – van onderen – vallen ze het gazon aan dat de tuinliefhebber, die van zijn achtertuin geen wildernis mag of wil maken, sinds het voorjaar heeft vertroeteld, geverticuteerd, gewalst, bemest en gekortwiekt. Als ze daarna, volgevreten van mijn kostbare graswortels, vlak onder de oppervlakte liggen uit te buiken, worden ze weggepikt door eksters en kraaien, waarbij de dode graspollen in de rondte vliegen. Met als gevolg kale plekken in mijn grasmat, waar dan vervolgens de kippen in gaan scharrelen. Dan weet je als tuinman (m/v) twee dingen: volgend voorjaar kan je weer opnieuw beginnen en volgend najaar gaat het dan weer mis, omdat van sommige van die krengen de levenscyclus twee jaar of nog langer is. Die zitten diep onder de grond in hun engerlingen-vuistjes te lachen – 6 vuistjes per engerling, lees ik op internet – terwijl ik hun graswortelmaaltjes weer aan het bereiden ben.

De engerling zal zijn plaats wel hebben in het ecologisch systeem, net als de kever die er van komt en ik misgun de ekster zijn snack ook niet. Voor eksters, ook niet al te nuttig, heb ik nog wel een zwak; misschien wel omdat ze me in de verte wel aan mezelf doen denken, luidruchtig, brutaal en voor niemand bang. Maar de engerling en ik worden nooit vrienden. Helaas is de larf echter ook geen voedsel; tenminste niet voor mensen. Zouden wij hem blieven, dan kon ik alleen al van de oogst uit mijn tuin en uit die van de buurman, de hele straat voeden; als dat nodig zou zijn. En samen met de plaatselijke golfbaan zouden wij een serieuze bijdrage aan het wereldvoedselprobleem kunnen leveren. Maar zelfs op Chinese websites valt geen recept te ontdekken. De knoflookkorrels die in de handel liggen, zijn dan ook niet bedoeld om ze alvast op smaak te brengen, maar om ze te verjagen; ze zijn niet dol op de geur. Het werkt niet echt, net zo min als de bewerkelijke aaltjes-kuur. Daarbij worden aaltjes de grond ingespoeld die zouden moeten parasiteren op de engerlingen, maar sommige soorten zijn zelfs voor die aaltjes niet te pruimen. Ik vermoed dat uitgerekend die soorten onder mijn gras zitten en ik probeer het dus niet eens. Ik heb wel eens de indruk dat de buurman mij dat verwijt, dat hij vermoedt dat hij door mijn vermeende laksheid dit jaar voor het eerst ook last heeft. Hij is in elk geval buitengewoon fanatiek aan het bestrijden geslagen. Té fanatiek eigenlijk voor het postzegeltje gazon dat hij in zijn achtertuin heeft. Maar hij is wel bestuurslid van de golfclub en dan loop je al snel een engerlingfobie op, natuurlijk.

De engerling beheerst het buitenleven in onze straat, mag ik al met al wel zeggen. En van de week dacht ik zelfs dat een andere buurman de bestrijding in de gemeenteplantsoenen bij ons voor de deur ter hand had genomen. Bij gebrek aan gemeente beschouwen wij die als onze eigen voortuin. Bij nader inzien bleek hij echter bloempollen te poten, alvast voor de gezelligheid in het voorjaar.

“Die lusten ze tenminste niet.”

Comments are closed.

 

september 2011
M D W D V Z Z
« mei   okt »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930