BEUKENLAAN

8 december 2011

 

Wij wonen in een beukenlaan. Zo heet hij niet, maar het is er wel een. Aan weerszijden staan beuken waarvan sommige zo dik zijn dat Prinses Irene en ik ze samen nog niet eens zouden kunnen omvatten om ze te knuffelen. Ze staan hem goed, onze laan, die beuken. Aan weerszijden, majestueus, lommerrijk. Wij realiseren ons dat hetzelfde gezegd zal kunnen worden van een eikenlaan, maar daar kunnen we vanzelfsprekend niet over meepraten.

Op zich is er niks mis mee, met beuken. Prima bomen zijn het. Zien eruit zoals een boom er uit hoort te zien, zoals een kind ze tekent, ze staan niemand in de weg, maken een mooie laan als ze achter elkaar staan en een mooi bos als ze op een kluitje staan. In de winter, zeker rond Sinterklaas, kan de maan er heel decoratief doorheen schijnen. Ze leveren per stuk per jaar genoeg beukennootjes om een groot eekhoorngezin een strenge winter lang te voeden en na een lang en lui leven doen ze het ook nog eens uitstekend in de open haard, zonder te vonken. En inderdaad, dat geldt ook allemaal voor eiken. Had ik in een eikenlaan gewoond, had ik dit verhaal ongeveer hetzelfde kunnen schrijven. In een berkenlaan daarentegen niet. Ik denk trouwens niet dat er veel berkenlanen zullen zijn omdat die bomen toch een veel rommeliger aanblik bieden, weliswaar berkensap leveren, wat goed voor het haar schijnt te zijn, maar broeder eekhoorn niets te bieden hebben en bovendien de open haard uitknetteren. Dat allemaal terzijde.

Maar om de Grote Oproerkraaier te parafraseren: elk voordeel heb ze nadeel. Ook de beuk. Hij mag dan een mooi plaatje afgeven, hij geeft tevens een hoop rommel. Dat begint met het gele stuifmeel in het voorjaar direct gevolgd door een vliesjesregen van, naar ik aanneem, uitgebloeide bloesemblaadjes. De beuk is er een van de napjesdragersfamilie; die napjes zijn stekelige hoesjes waarin telkens twee beukennootjes zitten. In het najaar storten napjes en nootjes zich massaal ter aarde. Met de bladblazer zijn ze slechts met veel moeite uit het grind te blazen. Dat gaat volgens mij met eikels aanzienlijk makkelijker. Tenslotte komen de bladeren. Ook voor de eekhoorn is de beuk goed beschouwd het tegenovergestelde van een blessing in disguise. Overvloed maakt lui. Waarom zou je op zoek gaan naar eikels of walnoten als je omkomt in de beukennoten. Terwijl we allemaal weten dat een eenzijdig voedingspatroon niet goed is voor de gezondheid. En je zult als klein eekhoorntje maar opgroeien in een beukenlaan en niet dol zijn op beukennootjes. Of inderdaad, mutatis mutandis, opgroeien in een eikenlaan en geen eikeltjes blieven.

Veel mensen zijn geneigd te denken dat de beuk een onbekommerd luizenleventje heeft. Beetje mooi staan wezen, ruisen en zwiepen in de wind, beukennootjes aanmaken en nooit je eigen rotzooi hoeven opruimen. Ze kunnen er stokoud mee worden, 200 à 300 jaar. Ik denk zelf ook wel eens: ‘was ik maar een beuk.’ Toch is dat maar het halve verhaal. Vele gevaren en ziekten bedreigen de beuk.

De beuk kan aangetast worden door het gewoon meniezwammetje (Nectria cinnabarina), bastkanker (Nectria ditisima), roetdauw(Dematiaceae) en Apiognomonia errabunda die necrotische vlekken veroorzaakt. Verder kan de beuk last hebben van de beukenbladluis (Phyllaphis fagi), wollige beukenluis (Cryptococcus fagisuga), de beukenspringkever (Rhynchaenus fagi), de galmijt (Aculops fuchsiae) en verschillende galmuggen zoals Mikiola fagi.  In lanen zie je vaak dat als één boom sterft, door zonnebrand de een na de andere boom kan volgen.

Voor wie daar gevoelig voor is, leest Wikipedia als beukenhorror.

Bij ons in de laan lijkt het allemaal aan de hand. De ene na de andere reus wordt geveld. Tot op heden gelukkig steeds bijtijds door een gespecialiseerde firma. Die legt de patiënt om en de buurt doet vervolgens de rest. Uit alle hoeken en gaten schieten buurmannen met kettingzagen tevoorschijn en in een mum van tijd is zo’n enorme boom gezaagd, gekloofd en opgeslagen voor de open haard een paar winters verder.

Maar leuk is anders. Het aanzien van de laan verandert, hoe blijmoedig de gemeente ook jonge nieuwbouwwijkbeukjes op de opengevallen plekken plant. En sinds een week of wat staan er op de boom precies tussen ons en de buren ook twee witte stippen. Onze eigen beuk, die elk jaar de klinkers uit  onze opritten wat verder omhoog duwt, is ter dood veroordeeld. De laurushaag tussen ons in, de groenstrook voor onze huizen en onze voortuinen zullen profiteren van het licht, ‘maar we zullen hem missen’, meent de buurman.

Ik bekijk de knoert sinds ik het weet met andere ogen. Veel meer valt er ook niet te beleven, hier aan het eind van onze doodlopende beukenlaan.

Comments are closed.

 

december 2011
M D W D V Z Z
« nov   jan »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031