GERANIUMS

30 mei 2012

Mijn vrouw en ik hebben de werkzaamheden in en om het huis verdeeld in respectievelijk in en om het huis. Zij de binnenboel, ik de buitenboel en de kinderen doen niks. Dat laatste is enerzijds onze eigen schuld, kwestie van opvoeding en anderzijds niet helemaal waar. Mijn zoon bijvoorbeeld ontdoet een keer per jaar het hardhouten tuinameublement van groene en andere aanslag. Een rotklus waarvoor hij dan ook ruimschoots beloond wenst te worden. Dit keer een toegangskaartje voor een of andere rapper, inclusief treinkaartje. Mijn dochter doet haar huiswerk.

 

Of de taken daarmee eerlijk verdeeld zijn, daarover verschillen we van mening. De kinderen vinden van wel, ik ook, afgezien van de kinderen, mijn vrouw vindt van niet. Om te beginnen, vindt ze, is er ’s winters nauwelijks wat te doen in de tuin en in huis is er altijd werk. Dat is maar net hoe je het begrip ‘winter’ definieert. Onze gemeente komt altijd vlak voor Kerstmis de gevallen bladeren ophalen en dat haal ik meestal op het nippertje. Dan is het dus gewoon al winter. Het hout voor de open haard komt ook niet vanzelf binnen; maar inderdaad, eenmaal daar geeft het wel altijd rommel. Doe ik er gewoon bij. En dan heb ik het nog niet eens over plannen en vooruit denken, dat gaat gewoon altijd door. Bovendien hebben wij niet alleen veel meer buiten dan binnen, maar ook interpreteer ik het begrip buitenboel nogal ruim. De kippen vallen er bijvoorbeeld onder en de auto’s ook. Waarbij ik dan aanteken dat een van de auto’s – de trots van mijn zondagen – strikt genomen binnen staat, want altijd in de garage. Doe ik niet moeilijk over. Van de katten heb ik principieel geen last, die ruimen buiten hun eigen rommel op en ik heb ze nooit binnen gevraagd. Kinderen geven ontegenzeglijk wel rotzooi in huis, maar daar werken we aan.

Maar in een matriarchaal georiënteerde maatschappij, waarvan ons huwelijk een getrouwe afspiegeling is, kun je als vent wel denken dat je gelijk hebt, maar wil dat nog niet zeggen dat het zo is, laat staan dat je het krijgt. Dus hoewel mijn vrouw geen idee heeft hoe ze de motorgrasmaaier aan de praat zou moeten krijgen, stofzuig ik wel eens het huis. Niet regelmatig, want dat geeft gewenning en vanzelfsprekendheid. Koken doe ik wel bijna dagelijks, want lekker, maar wel bijna en niet altijd om het spannend te houden. Boodschappen ook af en toe. En verder de typische mannendingen als vuilniszakken buiten (!) zetten, haren uit het doucheputje halen, benzine tanken. Incidenteel nog wat los-vaste opdrachten.

Ach, u weet waarschijnlijk hoe dat gaat in een huwelijk, kwestie van geven en nemen, goed luisteren, van tijd tot tijd uitvechten, weglachen, wederzijds respect. Dat lukt soms wel, soms niet. Zo kon ze dit voorjaar er wel de lol van inzien dat ik het gemeenteplantsoen voor ons huis had gekraakt. Daar had ik van de winter (!) een grote hoeveelheid tulpenbollen verstopt die ik ergens had geritseld en dat werd dus een kleurrijke verrassing. De buurt genoot mee, de gemeente kon er de lol wel van inzien en ze is dan een schattig soort trots op me. Daarentegen heb ik haar een paar weken later diep, diep ontgoocheld. In haar ogen alles te grabbel gegooid wat we aan wederzijds begrip en goede smaak hebben opgebouwd.

De plaatselijke bouwmarkt had planten in de uitverkoop en ik dacht daar mijn slag te slaan. Een paar bakken hangfuchsia’s, haar lievelingsplantjes, voor op het balkon. Stuk of vijf blauwe hortensia’s voor weinig die volgens mij een saaie hoek van de tuin helemaal zouden ophalen. En dus nog wat.

‘Wat is dát?’

‘Dat weet je heus wel, wat dat is.’

‘Dat weet ik inderdaad, dat zijn geraniums. Gérániúms!’ Uitgesproken alsof ik het had aangelegd met de jonge buurvrouw. Mijn leven is voorbij, mijn man heeft geraniums gekocht. Net de familie uitgenodigd voor de traditionele zomerbarbecue en dan kan ik gaan uitleggen dat wij geraniums hebben.

Van de week staan we samen voor het keukenraam de dag door te nemen.

‘Wat zeg je van de geraniums?’ Ik durf! Ze hangen knalrood in een bak onder het raam van ons houten tuinhuisje in een verre hoek van de tuin. Alsof ze er altijd gehangen hebben. Ze horen daar gewoon.

‘Ik moet eerlijk zeggen dat ze daar niet misstaan.’

Hoe lang het ook duurt, je moet blijven werken aan zo’n huwelijk.

 

 

Leave a Reply

 

mei 2012
M D W D V Z Z
« mrt   jun »
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031