KOP VAN JUT

15 juli 2012

De kermis is in de stad en dan houdt niemand me tegen. Dat wil zeggen: er moet wel iemand mee, want een man van mijn leeftijd alleen op de kermis, dat is een beetje een vreemd gezicht. Op mijn kinderen hoef ik ab-so-luut niet te rekenen. Het idee alleen al dat ze met hun vader aangetroffen zouden kunnen worden op de kermis… Onherstelbare imagoschade voor een beetje puber.

Mijn vrouw begrijpt dat ze zich moet opofferen.

Dat gaat niet zonder slag of stoot en de nodige emotionele chantage. Ik kan prachtig larmoyant en geromantiseerd vertellen over mijn jeugd en dan vooral mijn ietwat ingewikkelde puberteit, waarin ik eigenlijk elk jaar op het punt stond huis en haard te verlaten om met de kermis mee te trekken. Of met het circus, eigenlijk nog beter. Het verhaal vertelt eigenlijk niet waarom het er nooit van is gekomen, maar dat terzijde.

Nou heeft mijn vrouw bij de kermis nog zoiets van ‘vooruit dan maar’, maar bij het circus blokkeert ze, daar is ze met geen tien paarden naar toe te sleuren. Heeft te maken met een voorvalletje van een paar jaar geleden. Om jeugdsentimentele redenen, hierboven beschreven, had ik mijn gezin en vooral mijzelf getrakteerd op een bezoekje aan het circus in ons provinciestadje. Heel veel stelde het gezelschap niet voor – Zuid-Moskou’s gemeentecircus, zoiets. Een kreupel paard, een melige clown, een schele leeuw en een mottige ezel, dat was het wel zo’n beetje. De tent was niet eens hoog genoeg om de trapezewerkers-op-leeftijd enigszins spectaculair te laten neerstorten, als ze dat al gewild hadden. Het affiche vermeldde verder nog een reptielendompteur, maar daar konden we ons aanvankelijk niet zoveel bij voorstellen. Wij zaten eerste rij, duurste kaartjes, meteen aan de piste, maar tot teleurstelling van mijn zoon toch net te ver om de leeuw te aaien. De voorstelling sukkelde een beetje door tot aan de reptielenshow. De reptielen konden niks, maar ze mochten desondanks een soort van los rondlopen van de ietwat flegmatieke dompteur, tevens terreinknecht. Had ik al gezegd dat we op de eerste rij zaten? De happende beweging die de babykrokodil van een meter of wat naar mijn schattige dochtertje maakte, heeft mijn vrouw voorgoed getraumatiseerd. Terwijl er zeker een halve meter tussen beider gezichten – krokodil en dochtertje – zat. Nooit van haar leven zal zij nog een voet in een circustent zetten.

Omdat we op de kermis nooit een noemenswaardig incident hebben meegemaakt, komt ze daar nog wel. Aan m’n arm, alsof we nog verkering hebben. Meteen door naar de schiettent, waar we eigenlijk voor komen. Zonder kinderen is de omweg via het touwtje trekken, de zweefmolen en het ballengooien niet nodig. Ongeveer sinds ik een geweer kan vasthouden heb ik mijzelf jaarlijks geportretteerd in de fotoschietsalon. Een letterlijk onbetaalbaar tijdsdocument, want je schiet natuurlijk niet meteen raak. Je ziet op die foto’s verkeringen en verloofdes komen en gaan aan je zijde en jezelf, met toegeknepen oog, steeds een jaartje ouder worden. Uiteindelijk verschijnt mijn huidige echtgenote, jong en knap, eerst als verkering, toen als verloofde en tenslotte als, inderdaad, mijn echtgenote. Soms een jaartje niet, dan nam mijn zoon, ook met toegeknepen oog, de honneurs waar. Dit jaar weer wel en eigenlijk nog steeds even knap. Beetje wazige foto, beetje verbaasde blik, precies goed.

Even stonden we nog op het verkeerde been, want de schietsalon die wij de laatste 20 jaar gesponsord hebben, waarvan de uitbater ons zo goed heeft leren kennen, mijn zoon heeft leren schieten en door de jaren eigenlijk een soort van huisvriend is geworden, was er niet. Genoeg verdiend, stil gaan leven van mijn centen? Nee, volgens de mevrouw van de snoepkraam, waar wij traditioneel het mierzoete, tandenbrekende nougatblok kopen dat je nergens anders dan op de kermis zo lekker vindt, onenigheid met de gemeente over het stageld. Beetje onwennig die nieuwe salon met vreemde mensen, maar toch al in de tweede ronde raak.

Dan is het eigenlijk al klaar, maar we slenteren nog wat langs de nieuwerwetse attracties vol opgeschoten jeugd. Elk jaar bijna hetzelfde, elk jaar even leuk. Ik geniet.

‘Eigenlijk ben je hier gewoon te oud voor,’ zegt mijn vrouw. Een soort van lief en vertederd, maar niettemin. Ik besluit daarop de kop van jut links te laten liggen, hoewel ik me daar ook heel graag nog even belachelijk had gemaakt; ik heb thuis op zolder een hele vaas met plastic bloemen die je daar kunt winnen.

Ik koester de foto van ons in mijn binnenzak. Het is vast niet de laatste.

 

Leave a Reply

 

juli 2012
M D W D V Z Z
« jun   aug »
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031