ROMANTICUS

13 september 2012

 

Als oprecht automobielliefhebber, kan ik wel genieten van een mooi stukje nieuw asfalt. Ik zal het maar eerlijk toegeven. Natuurlijk aangelegd met respect voor de natuur, rijkelijk voorzien van ecoducten, zoveel mogelijk CO2 gecompenseerd en all that jazz, maar toch niet te versmaden, zeker zonder files.

 

Ik fantaseer er wel eens over. Jazeker. Dat bijvoorbeeld zo’n nieuw stuk wegdek eindelijk af is, na jaren van onteigeningsprocedures, bezwaarschriften, overlast, files en omleidingen. De nieuwe witte strepen zijn bij wijze van spreken nog nat. Dat er dan iemand is die zo’n maagdelijk stuk weg voor het eerst berijdt. Heen en weer terug. Alle ingenieurs, wegwerkers, ambtenaren en al die anderen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming, wachten gespannen af. Dan komt de eerste berijder terug, draait een raampje open en steekt zijn duim op: ‘Helemaal okee jongens, hij is áf! Niets meer aan doen.’ Gejuich en champagne. En dat ik dat dan zou zijn.

Tegenwoordig plaatst Rijkswaterstaat een bord langs een weg als die eindelijk af is, ‘Bedankt voor uw begrip.’ Ik heb ’s nachts een keer de auto met knipperlichten langs de kant gezet bij zo’n bord – levensgevaarlijk en illegaal – en er een briefje op geplakt, ‘En jullie bedankt voor de mooie weg!’ Dan zie ik bij wijze van spreken de wegwerker die dat bord moet opruimen de hele dag met een brede grijns op zijn gezicht rondlopen en ’s avonds tegen zijn vrouw zeggen: ‘Ze toeteren, steken middelvingers op en rijden je bijkant van de sokken, maar ze waarderen het toch wel.’

Inderdaad, ik ben niet alleen automobielliefhebber, maar ook een romanticus met een rijke fantasie.

Tussen mijn woonplaats en de grote stad waar ik regelmatig moet zijn, is onlangs weer zo’n kunstwerk voltooid. Waar tot voor kort mijn provinciale weg eindigde bij zo’n achterlijk doseerstoplicht – ‘groen licht één auto, rood licht één foto’ – zoef ik nu in een vloeiende beweging de snelweg op. Geweldig, je zou er de trein voor laten staan.

Als ik tenminste niet wordt opgehouden door een voortsukkelend landbouwvoertuig, zoals van de week. Ik ken dit landbouwvoertuig, ik heb er vaker achter gezeten. Niet dat ik er speciaal veel verstand van heb, maar een kind kan zien dat deze trekker stamt uit de tijd dat de milieueisen nog niet zo strikt waren. Het maakt nogal wat kabaal en walmt dat het een aard heeft. De berijder denk ik ook te herkennen. Het is een boer van onbestemde leeftijd, dus misschien is het inmiddels ook wel de zoon van de boer die ik denk te herkennen. En het hondje van onduidelijke komaf dat zo fier naast hem zit, is misschien ook al een puppy van het oorspronkelijke hondje. Hoe lang zal het geleden zijn dat ik dit stel – of hun vaders – voor het laatst zag? Ik denk dat ze onderweg zijn naar de wei die in de oksel ligt van de provinciale weg en de snelweg. Zolang als de bouw van het nieuwe klaverblad heeft geduurd – toch een paar jaar – was die wei onbruikbaar door materiaalopslag, puin en provisorische aanvoerroutes voor rollend wegwerkmaterieel. Blijkbaar heeft hij de wei weer in gebruik nu de weg af is en ik hoop dat ik weet waarvoor. Als we er eindelijk zijn zie ik dat het klopt. Zijn koeien lopen weer in die wei alsof er nooit een nieuwe weg is gekomen. De koeien van deze agrariër vormen een opmerkelijk ouderwets rommelige kudde. Niet alleen is het qua kleuren rood- en zwartbont en boeuf door elkaar, maar bovendien hebben ze horens. Moderne koeien hebben geen horens. Niet in tv-reclames, niet op melkpakken en niet in de wei, als ze daar al komen. ‘Het zijn allemaal stieren,’ zei mijn zoon dan ook toen hij deze kudde voor het eerst zag. Hoewel het waarschijnlijk de moeders van deze koeien waren, want hij was toen een stuk kleiner. Ik ben er inmiddels al voorbij, maar ik weet dat de boer nu op zijn dooie akkertje tussen zijn koeien loopt. Handen diep in de zakken van zijn blauwe overall, hondje keffend om hem heen. Af en toe klopt hij eens op een schoft van een passerende koe. Hij kent ze natuurlijk allemaal van naam. Het verkeer raast door, maar deze boer heeft geen haast en zijn koeien al helemaal niet. Mijn klassieke automobiel mocht er vandaag ook weer eens uit en hij zweeft tevreden spinnend over het strakke nieuwe asfalt. Dat is net zo rustgevend als de gedachte dat sommige dingen gewoon niet veranderen.

Ik ben een automobielliefhebber, gek op vers asfalt en inderdaad een romanticus.

Leave a Reply

 

september 2012
M D W D V Z Z
« aug   okt »
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930