DE NATUUR

2 mei 2013

Kip L.

Soms is het erg verleidelijk om in het gedrag van dieren paralellen te zien met menselijk gedrag. Als ik dat op deze plek zou doen met het gedrag van onze nieuwe haan Harry in mijn ren met kippen, zou ik terstond de derde of vierde feministische golf veroorzaken. Dat moeten we niet willen.

 

Een paar opmerkingen vooraf.  Als mijn dierbare moeder zaliger en mijn drie (!) oudere zussen ook maar een greintje seksisme bij me hadden overgelaten, zou dat inmiddels wel vakkundig zijn weggepoetst door mijn zwaar geëmancipeerde vrouw en dochter. Ik sta buiten elke verdenking. Verder ben ik van mening dat menselijk gedrag bij dieren is aangeleerd en dierlijk gedrag bij mensen is afgeleerd. Dat eerste kunnen we heel duidelijk zien bij onze katten en het laatste bij mij. Ik zou bijvoorbeeld echt niet weten wat ik zou moeten doen als ik met negen vrouwen in een ren werd opgesloten. Alhoewel, ik zou waarschijnlijk beginnen met me voor te stellen.

Overigens heb ik ergens het vermoeden dat de neiging om terug te gaan naar de natuur, die veel mensen tegenwoordig hebben, met bovenstaand te maken zou kunnen hebben. Maar laten we de zaken niet gecompliceerder maken dan strikt noodzakelijk.

Harry, die pas zo is gaan heten toen uiteindelijk duidelijk werd dat hij geen Harriët was, wist aanvankelijk ook van toeten noch blazen. Die gedroeg zich gewoon als een van de meiden en was instinctief bezig met onmatig groeien. Toen dat gelukt was en hij met kop en schouders boven zijn stiefzussen uitstak, begon zijn instinct pas aan de hormonen. Harry kukelde zich een week of wat de baard uit de keel en bleek toen prompt te begrijpen wat er haan-technisch van hem verwacht werd. Nee, niet wat u nu meteen denkt; Harry nam de leiding over mijn roedel. En dat was ook wel nodig. Als ik vóór zijn komst het hek open deed, stoven de kippen luid kakelend alle windrichtingen uit. Met hem opereerden ze als een gedisciplineerde kudde. Natuurlijk niet zonder slag of stoot of pikken; in het begin lachten de hennen hem vierkant in zijn gezicht uit.

‘Mooi hoe de natuur haar gang gaat,’ dacht ik toen nog in mijn observatieklapstoeltje. Maar alras veranderde de stemming. Tot Harry was het in mijn kippenstal een anarchistische maar gezellige bende; er werd natuurlijk wel eens gevit en gekissebist, maar er heerste toch voornamelijk onderlinge solidariteit. Kip L. *) bijvoorbeeld, aan één kant zwaar gehandicapt en voor de rest ook niet helemaal jofel, was desondanks volkomen geaccepteerd binnen de groep. Ze pikte haar graantje mee en aan de drinkbak werd altijd ingeschikt als zij kwam aanhobbelen. Met de komst van Harry veranderde dat: L. werd opeens gepest, gepikt en buitengesloten. En dat lag niet aan Harry, maar aan de andere hennen die op die manier bij hem in het gevlei wilden komen. Survival of the fittest, net wat u zegt, het is de natuur. Hartverscheurend vond ik het en ik begon de dingen eens bij elkaar op te tellen. De dagen werden steeds langer en Harry begon steeds vroeger te kraaien; hárd. Vroeg of laat zou hij ook gaan begrijpen hoe dat gaat met de bloemen en de bijtjes en daar zouden dan ongetwijfeld kuikens van komen, waarvan statistisch gezien de helft, maar in de praktijk driekwart óók haan zou zijn, met alle kabaal van dien. En als ik het niet zo ver zou willen laten komen, zou ik de eieren met gevaar voor eigen handen onder de grommende broedende kippen uit moeten halen en er zouden dan bloedproppen inzitten, die mijn verwende koters niet blieven in de pan.

Harry moest vertrekken. Ik zeg het stoerder dan de werkelijkheid, je gaat toch hechten aan zo’n macho. Praktisch was dat geen probleem, want ik heb van mijn kippenleverancier haaninruilgarantie. In plaats van Harry kwam er een dikke zalmrode, die haar naam nog moet verdienen. Een betrekkelijk dominante tante die zich nogal snibberig een plekje in de hiërarchie moest veroveren.

Inmiddels is de rust in mijn ren weergekeerd. Van de week zag ik dat L., die vanwege haar ene zwakke been steeds omvalt als ze slaapt, vlak naast Salmonella was gaan zitten op stok, zodat die haar in evenwicht hield toen ze wegsukkelde. Zo lief!

Zó gezellig, meiden onder elkaar; geen haat, geen nijd, geen concurrentiestrijd.

Maar laten we niet de fout maken de dierenwereld op die van de mensen te projecteren.

 

*) Volledige naam bij de redactie bekend, maar niet genoemd in verband met mogelijke negatieve associaties met de mensenwerkelijkheid.

 

Leave a Reply

 

mei 2013
M D W D V Z Z
« feb   sep »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031