SPORT

16 september 2013

De tempel van dit lichaam heeft wat achterstallig onderhoud. Hoe goddelijk gebouwd ook, als je het niet met enige regelmaat bijhoudt, kunnen op den duur wat scheurtjes en verzakkingen optreden. Dat lijkt nu bij mij het geval te zijn. Waar ik het van de spiegel nog niet wilde aannemen, laat mijn stuitend welgevormde gezin aan duidelijkheid niets te wensen over. Dat vraagt om maatregelen.

Het fenomeen sportschool is mij niet onbekend. Alleen al dat woord duidt erop dat ik dit soort instituten al jarenlang bezoek, want tegenwoordig heet dat health & fitness, body & wellness, shapes & curves of nog erger. Hoewel ik er zo een ben die meteen vraagt ‘waarheen?’ als me wordt voorgesteld een eindje te gaan fietsen, geef ik er toch de voorkeur aan om me binnen de muren van zo’n instituut met min of meer gelijkgezinden belachelijk te maken, dan om dit lijf in sportkleding in de buitenlucht ongevraagd aan nietsvermoedende en meestal onschuldige passanten te tonen.
Tot voor kort was ik lid van een luxueus uitgevallen club in een naburig dorp, waar het me werkelijk aan niets ontbrak. De nieuwste apparatuur waar een elektronische sleutel op paste die mijn vorderingen en pogingen nauwkeurig bijhield, waardoor het zelf nadenken tot een minimum beperkt kon blijven. Een legertje aan vlotte, afgetrainde jongelui om je met raad en daad bij te staan. Een restaurant waar de verloren gegane calorieën onmiddellijk konden worden aangevuld en een sauna voor de liefhebbers. De lieftallige receptioniste wisselde wekelijks van haarkleur en voor het uitzicht onder cardio – bewegen zonder vooruit te komen – kon je kiezen tussen het parkeerterrein, grote beeldschermen met Discoverychannel en het appetijtelijke aerobics-klasje voor gevorderden. Daar stond dan tegenover dat het tillen van gewichten tegenover een spiegel moest gebeuren. Dat alles tegen een maandelijkse vergoeding waarvoor je ook liposuctie had kunnen nemen. Het werkte niet; té comfortabel. Ik geloof dat ik me dat realiseerde toen ik het eigenlijk niet meer nodig vond om te sporten vóór een weldadige sportmassage. De resultaten waren dan ook niet noemenswaardig.
Het moest spartaanser, dat had mijn gezin me al eerder kunnen vertellen! Tegenwoordig zit ik dus op een no nonsense club bij mij om de hoek. Het bijbehorende parkeerterrein ligt verder weg dan mijn huis, dus ik word min of meer gedwongen met de fiets te komen. ‘Dat is dan al meteen je warming up,’ meent mijn bijdehante zoon, die gelukkig zelf ergens anders traint. Een zaal met apparaten die nog jaren meekunnen, een mannen- en een vrouwenkleedkamer, douches en een zithoek met koffie- en thee-automaat. Twee zaaltjes met groepslessen waarvan de deuren dicht kunnen. Dat is het. In plaats van elektronische sleutels lopen er werknemers rond die komen vragen hoe en of het gaat. De hoofdbegeleider doet geen enkele poging om een buikje onder zijn strak zittende, fluorescerende trainingspak te verbergen.
Hoe het kan, is niet duidelijk, maar het lijkt warempel te werken. De kabels op mijn armen en benen beginnen zich al weer te profileren. Zelfs mijn gewicht komt langzamerhand weer in de buurt van door hogerhand opgestelde normen. Dat laatste komt waarschijnlijk van het hardlopen. Jazeker, hardlopen. Mijn vrouw, die tussen kruisband- en meniscusoperaties door aan marathons doet, roept tot vervelens toe dat iedereen kan hardlopen, maar dat is volgens mij en mijn trainer-met-buikje niet waar. ‘Maar op mijn schema kun je wel een serieuze poging doen,’ voegde hij daar aan toe. En dat doe ik dus. Mijn god, wat een bezoeking is dat! Duizend doden sterf ik drie keer per week op die onzalige loopband. Wie mij ziet zwoegen en strijden, kan zich werkelijk niet voorstellen dat de mens ooit ontworpen is om jagend achter dieren aan te rennen. Ik zou de oertijd waarschijnlijk niet overleefd hebben.
Behalve uit mijn ijzeren karakter, haal in de motivatie uit een afspraak met mijn dochter om samen deel te nemen aan een wedstrijdje over vijf kilometer. Over een paar maanden ben ik waarschijnlijk zo ver.
‘Hoe hard loop je nu, papa? Ik doe twaalf kilometer per uur.’
‘Ik ook zoiets,’ lieg ik ruimschoots.
‘Ik ga niet op je wachten hoor, bij die wedstrijd.’
‘Misschien kun je beter gaan roeien of op de crosstrainer,’ meent een nieuwe trainer die mijn lijden aanschouwt en niet van de omstandigheden op de hoogte is.
‘Afstand 0 kilometer, snelheid 0 km/u,’ zegt de trainings-app op mijn smartphone na twee keer 10 minuten draven. De gps constateert terecht dat ik met mijn loopband geen centimeter vooruit ben gekomen.
‘Je bent een kanjer,’ zegt mijn vrouw, maar zo voelt het nog even niet.

Leave a Reply

 

september 2013
M D W D V Z Z
« mei   sep »
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
30