TUINMOPPER

21 september 2014

 

 

Toen de engerlingen het gras nog de moeite waard vonden

Eigenlijk ben ik heel ontevreden. Met de tuin dan, over het leven als zodanig mag ik niet klagen. Bijna het hele weekend druk geweest met groot onderhoud en dus zou ik nu voldaan een laatste rondje over het land moeten kuieren, eventueel nog een verdwaald sprietje onkruid uit het tuinpad plukken en dan welverdiend neerzijgen op het terras; misschien een koud biertje erbij. Nou ja, misschíen…
In plaats daarvan zit ik een beetje in mezelf te mopperen.

Het gazon, kort geschoren, de kanten strak geknipt, ziet er van een afstandje prima uit, maar van dichtbij ziet deze kritische en ambitieuze tuinhobbyist meer mos en onkruid dan gras. Het is een jarenlang gevecht dat ik blijkbaar niet kan winnen. Een paar seizoenen terug heb ik ten einde raad zelfs een grasfluisteraar ingeschakeld, die me een laken à la de golfclub beloofde. Wekelijks kwam hij langs; instralen, rollen, bemesten. Het veld heeft er nooit zo beroerd bij gelegen als toen. Alleen de engerlingen heb ik blijkbaar verdreven, alhoewel ik vermoed dat die uit eigener beweging vertrokken zijn omdat ze mijn grasmat de moeite van het vernielen niet meer waard vonden.
Op mijn romantische terras, zo genoemd naar de stenen engeltjes en bankjes die ik ooit op de lommerd geruild heb voor een Chesterfield bankstel, waar de seringen, paars en wit, en de kamperfoelie lieflijk zouden moeten geuren, staan een paar van de seringen flink te kwijnen. De bloei stelde al niet veel voor dit voorjaar en nu schrompelen de blaadjes ook nog. Blijkbaar is de enorme eik van de buren hier aan de winnende hand. Overigens zag ik wel een paar spontane nieuwe scheuten opkomen, maar dan natuurlijk weer dwars door de strak geschoren taxushaag. De kamperfoelie tiert welig, maar verrekt het vooralsnog om geurig te bloeien, hoewel daarvoor aangeschaft. De hortensia’s hier staan mooi groen in het blad, maar fleuren ook maar matig. De enige hortensia’s die het trouwens echt lekker doen zijn die van de uitverkoop bij de tuinkiloknaller, een jaar of wat terug, die staan zich in een verre hoek van de tuin uitbundig en ordinair aan te stellen. De dure en chique, die ik dichter bij huis plantte, staan daar blijkbaar helemaal verkeerd, want bij het minste of geringste zonnetje moet ik met de tuinslang in de weer omdat ze hun blaadjes laten hangen.
In het gedeelte van de tuin dat ik graag ‘de boomgaard’ noem, naast het kippenhok, is het kommer en kwel. Een appelboom draagt 10 appels, van een ras dat eigenlijk alleen geschikt is voor appelmoes, de andere draagt alleen kleine gele rupsjes. De twee kersenbomen kregen een flinke klap van een late nachtvorst tijdens de bloei, maar leken toch nog even een handjevol kersen voort te brengen, totdat iets zwarts, kruipends en bladverdorrends zijn opwachting maakte. Een mooie taak voor de lieveheersbeestjes, dacht ik, biologisch-dynamisch als ik van-huis-uit ben. Maar terwijl het de hele kwakkelwinter wemelde van die luizenvretertjes in huis, zag ik er nu alleen een paar verdwaalde tussen de rupsjes in de appelbomen. Dachten zeker dat ze vogeltjes waren. De vogeltjes in mijn tuin daarentegen zijn blijkbaar allemaal vegetariërs geworden, waarschijnlijk omdat er een overvloed aan kleinfruit aanwezig was. Bramen, frambozen, aalbessen, kruisbessen, wijnbessen, we hadden het allemaal en ze hebben ervan genoten, net als de kippen. En wij dus niet. De merels loeren nu al op de druiven, die het ook goed doen dit jaar. De wijn zal dit jaar uit de slijterij moeten komen. Net als het bier trouwens, want bij het snoeien van de laurushaag heb ik blijkbaar iets te rigoureus aan de daar doorheen woekerende hop gerukt, want ik zie hem nauwelijks meer.
De bamboe van de buren doet het goed, heel goed, tot diep in mijn tuin.
Eenzaam hoogtepuntje is de ginko, die ik eigenhandig van stekje tot heuse boom heb opgekweekt. Hij staat er fier bij met zijn prachtige, tere lichtgroene bladeren, ondanks het lelijke litteken in zijn bast waar mijn achterlijke katten hem als krabpaal gebruiken, terwijl ze fruitdiefverschrikker zouden moeten spelen. Hij neigde wat over en ik heb hem ter ondersteuning vastgemaakt aan een dikke wortel van de klimop die door de oude schutting met de buren piept. Ik geloof dat de buren juist die klimop dit jaar gesnoeid hebben.
‘Hé, heerlijk,’ zegt mijn vrouw, ‘niks zo lekker als de geur van vers gemaaid gras.’ Ze komt bij me zitten op het terras met twee glazen en een groot en een klein flesje.
‘Pôôôk,’ zegt een kip die onder de tafel scharrelt.
Zo kun je het natuurlijk ook bekijken.

Leave a Reply

 

september 2014
M D W D V Z Z
« sep   nov »
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
2930