AUTO’S

31 januari 2015

Behalve een grote kattenvriend – bijna 1 meter 90 en hopelijk binnenkort weer 90 kilo schoon aan de haak – ben ik een fervent liefhebber van automobielen. Dat zijn over het algemeen twee werelden die elkaar niet ontmoeten, behalve op de drukke rondweg een stukje verderop, maar daar komen onze katten nooit, omdat het te ver van hun etensbakje is. Omdat er dus voorlopig geen nieuwe katten in dit huishouden zullen komen, in de natuur nog niets te beleven valt en de dertiende nationale tuinvogelteldag voor mij grondig verpest is door 6 gepensioneerde postduiven in de magnolia, wilde ik het deze keer graag over onze auto’s hebben. Daar hadden we er tot voor kort net zo veel van als katten. Nu krijg ik een nieuwe en ik kan het gewoon even nergens anders over hebben.

 

Van horen zeggen weet ik dat er mensen zijn die om de twee, drie jaar naar de plaatselijke dealer stappen en daar de nieuwe uitvoering bestellen van het model auto dat ze sinds jaar en dag rijden. Ze bakkeleien nog wat over de kleur en de accessoires, onderhandelen over de lening en inruilprijs en rijden vervolgens tot volle tevredenheid en schadevrij tot de volgende omruil over twee of drie jaar. Samen met de dapperen die het openbaar vervoer aandurven, zijn zij de verstandigen, zij zullen hun kinderen een erfenis nalaten.

Ik ben zo niet; ‘helaas niet,’ zou mijn vrouw zeggen. Voor mij zijn auto’s een hobby; ‘een dure hobby,’ mag zij daar graag aan toe voegen. Ik ben zo iemand in wie de reclameboodschappen van de auto-industrie binnenkomen als Gods woord in een ouderling. Ik geloof in de lifestyle van kronkelige bergpassen zonder tegemoetkomend verkeer, dat acceleratie tot 100 km/u echt binnen de 8 seconden gebeurd moet zijn en dat dan vanzelf geluk en een prachtige blonde vriendin op de bijrijder-stoel verschijnen. Met dien verstande uiteraard dat ik met de laatste al zeer geruime tijd getrouwd ben. In het dagelijkse leven probeer ik zo ruimdenkend mogelijk te zijn, maar auto’s, de landen waar ze gemaakt worden en de mensen die er gewoonlijk in rijden, worden door mij schaamteloos gestereotypeeerd. Ongeveer als met voetballen. Ik ben er niet trots op en ik schaam me er niet voor. Misschien heb ik het wel van thuis uit meegekregen. Mijn eigen vader bijvoorbeeld, toch echt het toonbeeld van degelijkheid, reed eerst een Morris Minor en toen een Vauxhall Victor, terwijl de rest van het dorp zich gewoon in Kadetten en Kevers verplaatste.

Ruwweg zou je kunnen zeggen dat mijn auto’s bij voorkeur bovengemiddeld groot zijn en Amerikaans of Europees, met een grote boog om de prachtproducten van onze Oosterburen heen. ‘Charmant en onbetrouwbaar,’ zeggen kenners. ‘Klasse en karakter,’ zeg ik zelf graag.

Natuurlijk weet ik dat er grappen worden gemaakt over de samenhang tussen de bouw van de man en de grootte van zijn auto, maar dat deert mij niet in het minst. Omgekeerd zou dat betekenen dat ik graag ik het piepkleine hippe autootje van mijn vrouw zou rijden, maar het tegendeel is waar.

Hoe dan ook, zelfs bij mij zou je verwachten dat de wijsheid met het verstrijken van de jaren komt. In autotermen gesproken, dat er na een onafzienbare rij doorgeroeste fransozen, onploffende italianen, lekkende engelsen en kortsluitende amerikanen eindelijk rust in de garage en de oprit zou komen.

Daar leek het ook lange tijd op. Vlak voor het uitbreken van de crisis, toen het geld nog moest rollen, kwam er een Engelse aristocraat op de oprit omdat mijn vrouw en ik vonden dat ik het verdiend had en een jaartje of wat later zelfs nog een jongensdroom-oldtimer voor in de garage omdat mijn vrouw even niet oplette. De een heeft mij en mijn gezin de hele crisis lang, twee keer het klokje rond, veilig en zonder mankeren overal naar toe gebracht, de ander heeft gepronkt op trouwerijen, concoursen, oldtimerrally’s en clubbijeenkomsten.

Maar ja, de tijden veranderen, de spaarpot is op dieet, het gat in de ozonlaag wordt niet kleiner, de kinderen zijn het huis uit en mijn vrouw merkte bij het eerste sneeuwbuitje op dat we weliswaar veel auto’s hebben, maar geen winterbanden.

Om een lang verhaal kort te maken: ik heb mijn twee Engelsen ingeruild voor één Duitser! Aanbod van een gewiekste garagist dat ik niet kon weigeren.  Lang over nagedacht, diep mee geworsteld, van mijn geloof gevallen. Hij komt over drie dagen en ik geloof wel dat ik me er inmiddels op verheug. Ik heb de hele gebruiksaanwijzing al online doorgenomen en bovendien de screensaver van mijn computer aangepast.

‘Ik had het nooit gedaan,’ jent mijn zoon.

‘Had dat niet even overlegd moeten worden?’ vraagt mijn dochter.

‘Een verstandige keus,’ meent mijn vrouw.

Alsof dát helpt!

Comments are closed.

 

januari 2015
M D W D V Z Z
« nov   mrt »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031