DE BRANDWEER

24 januari 2015

Een blad dwarrelt van de boom, de kat speelt met een zielig muisje en de postbode fietst rustig langs. Veel meer gebeurt er niet bij ons in de straat en dat is wat weinig sensatie voor iemand die tot op latere leeftijd nog achter de brandweer aan fietste. Dus toen de brandweerman bij mij in de tuin vriendelijk verzocht om hem niet te filmen, moest ik dat uiteraard weigeren, Eindelijk gebeurde er eens wat en dan zou ik niet filmen?

Brandweerman? Bij mij in de tuin? Jazeker, ga er maar eens rustig voor zitten, dan begin ik bij het begin.

 

Het is een zaterdagmiddag die voorbij dreigt te sukkelen zoals zovele zaterdagmiddagen. De boodschappen zijn gedaan, we zijn op de markt geweest voor kaas en een visje en nu lees ik kalm de krant terwijl mijn vrouw de mail doorneemt. Niets aan de hand en zeker niet onplezierig. Dan hoort zij iets in de tuin; een poesje in nood, zegt haar geoefend oor. Ik opper dat het wellicht de kinderen van de buren zijn of een krijsende ekster, maar daar kom ik niet mee weg. ‘Hoor je dat dan niet? Het is duidelijk een kat.’ Nee, ik hoor niets, want ik lees de krant. Ze besluit vooreerst de eigen katten te tellen. Het duurt even voordat die begrijpen dat ze op appèl worden verwacht, maar dan melden ze zich alle drie (!) present. Het liep toch al tegen etenstijd dus ze waren in de buurt. ‘Zie je wel,’ zeg ik, ‘niets aan de hand.’ Te makkelijk, te snel. ‘Het zal toch niet Teuntje zijn?’ vraagt mijn vrouw aan niemand in het bijzonder. Teuntje is een cyperse kater die ongetwijfeld ergens in de buurt woont, maar regelmatig rond ons huis scharrelt en dus door mijn vrouw als zwerfkat en zielig wordt aangemerkt en hevig wordt bijgevoerd en zich daarom inmiddels echt wel Teun mag noemen. ‘Nee,’ geeft ze zichzelf antwoord, ‘zo klinkt het niet. Eerder als een klein poesje.’ Waarmee het dus allemaal nog erger wordt en de krant definitief kan dichtgevouwen.

De middag en avond verlopen verder erg onrustig; mijn vrouw is regelmatig in de tuin te vinden om het onheil te lokaliseren en pro forma en tevergeefs loop ik ook een rondje. Terwijl ik die nacht de slaap der rechtvaardigen slaap, blijkt de volgende ochtend dat mijn vrouw nauwelijks een oog heeft dichtgedaan. Als ik voorzichtig wakker wordt, hoor ik aan het dichtslaan van de achterdeur dat ze al buiten is geweest en aan de ferme en vastberaden tred op de trap hoor ik vervolgens dat er conclusies getrokken zijn, besluiten genomen en passende maatregelen getroffen. Als je lang getrouwd bent, hoor je dat.

‘Ik wist het wel,’ roept ze, nog voordat ze me in zicht heeft, ‘er zit een klein poesje in de boom. Ik heb de brandweer gebeld, ze komen er aan.’ Geweldig vind ik dat. Terwijl ieder ander voetstoots zou aannemen dat zo’n poesje na ruim een dag en nacht blèren wel van vermoeidheid zelf uit de boom zou kukelen, belt mijn vrouw de brandweer. En die komen dan ook! Achteraf zal blijken dat de achterbuurman, om wiens poesje het gaat, ook al had heeft gebeld, maar toen te horen heeft gekregen dat hij nog 24 uur moest wachten; om bovengenoemde reden waarschijnlijk.

Niemand kan zo overtuigend urgentie, wanhoop, dwang en dreiging in haar stem leggen als mijn vrouw. Weten wij thuis al lang en de brandweer sinds deze zondag dus ook. Eerst komt er een bestelbus met twee breedgeschouderde types poolshoogte nemen. Ze bestellen een ladderwagen en omdat de boom te hoog of de ladder te klein blijkt, een grotere. Als zodoende bijna de hele kazerne is leeggelopen komt de commandant zelf ook maar even kijken. Hoewel de sirenes helaas niet zijn aangezet, loopt de buurt uit. De directe buren klimmen gewoon in de achtertuin over het hek. De buurman daarnaast komt in een inderhaast aangeschoten joggingpak, terwijl hij voor de vorm zijn klappertandende teckel meesleept die helemaal niet uitgelaten wil worden. De buurvrouw van de overkant komt wat later, omdat ze zichzelf toch wat wilde fatsoeneren met zoveel aantrekkelijke brandweermannen in de straat. Een brandweerman op de ladder, twee om hem vast te houden, twee om aanwijzingen te geven en drie om goede grappen te maken, ‘misschien een beetje overdreven,’ vindt de commandant ook. Maar wel gezellig en poesje gered.

Als het sein ‘poes meester’ is gegeven en alles weer is ingepakt, vraag ik vriendelijk of de sirene even aankan bij het wegrijden. Leuk voor de buurt en goed voor de film.

Dat ging ze te ver.

 

Comments are closed.

 

januari 2015
M D W D V Z Z
« nov   mrt »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031