TROTS MET PEREN

4 januari 2015

Trots zijn we bij Noorderland natuurlijk allemaal op ons blad; van de directeur tot de stagiair, van de administratie tot de redactie, van de postkamer tot de advertentieacquisitie. Om van de drukker en de freelancers nog maar te zwijgen. Maar om bij gelegenheid van ons 10-jarig jubileum eens lekker op te scheppen, hebben ze speciaal mij gevraagd. In de eerste plaats omdat ik daar heel goed in ben, want ik ben immers van huis uit geen Noorderling, maar ook omdat ik er van het allereerste begin bij ben. Sterker nog: ik was er al eerder.

Laat ik proberen het chronologisch te houden.

 

Het zal het voorjaar van 2004 geweest zijn, want ik liep met een bak violen onder mijn arm in een of ander tuincentrum, toen een collega van vroeger belde, die wél carrière had gemaakt. Hij was namelijk directeur geworden van het Noordelijke krantenbedrijf en vroeg of ik eens wilde komen praten over een plannetje dat ze daar hadden; ze wilden namelijk een tijdschrift. Nou, gráág! Want dat is precies wat ik toen deed voor de kost: plannetjes voor tijdschriften naar de kiosk brengen. Eigenlijk nog steeds, maar sinds de crisis durven uitgevers niet meer zo.

Dat het toen nog tot september 2005 heeft geduurd voordat het eerste echte nummer in de winkel lag, klinkt misschien lang, maar kan ik uitleggen. Om te beginnen moesten we flink aan elkaar wennen, de jongens en meisjes van de krant en het land en ik; niet in de laatste plaats vanwege de wederzijdse tongvallen. Eerst maar eens onderdompelen, was het plan. Te voet, op de fiets, met de auto en in de kano, meer van stad en land gezien dan menig Noorderling, durf ik wel te zeggen. Uren zitten bomen in cafés, restaurants en huiskamers. Naar stadions geweest van voetbalclubs, die ik normaal gesproken alleen in hun uitwedstrijden zag. Allemaal bepaald niet onplezierig. Veel, heel veel vergaderd, dat hoort er bij. Een nieuw tijdschrift is een flinke investering en dan kan je maar beter zorgen dat het gehoopte succes vele medeplichtige vaders kent en de onverhoopte mislukking slechts één ingehuurde stiefvader.

 

We werden het gaandeweg eens over wat het zou moeten worden: een glossy tijdschrift dat zich bezig houdt met de kwaliteiten, mogelijkheden en mensen van de Noordelijke regio; Noorderland zou het gaan heten. Inhoudelijk zou Noorderland zich moeten bezighouden met wat de kwaliteit van het leven in het Noorden kenmerkt: rust, ruimte en leefbaarheid. Een tijdschrift over actief en recreatief buitenleven, natuur, cultuur, wonen en in zijn algemeenheid de goede dingen van het leven.

Enfin.

Toen konden we gaan knutselen. Een proefnummer maken, wat wij in ons vak een nul-nummer noemen en daarmee de lezer opzoeken. Veruit het leukste gedeelte van de lange voorbereiding. En het spannendste; op de echte lancering na natuurlijk. Je kunt als bladenmaker van alles verzinnen, maar als de lezer het niet blieft, kan je opnieuw beginnen. Of inpakken en wegwezen natuurlijk.

De proeflezers die een marktonderzoekbureau voor ons verzamelde, namen geen blad voor de mond, om het maar eens zo te formuleren.

Allemaal leuk en aardig wat wij daar bij elkaar gefröbeld hadden, maar men vroeg zich collectief af of wij dat wel vol konden houden; of we niet binnen een paar nummers door onze onderwerpen heen zouden zijn. Dat is een opmerking die elke proeflezer bij elk nieuw tijdschrift maakt, dus daar hadden we ons op voorbereid. Wat zou de lezer zelf aan ideeën kunnen verzinnen? Het antwoord was steevast een lijst voor de komende tien jaargangen.

En bijvoorbeeld, als het over de goede dingen van het leven zou gaan, zouden daar dan ook mooie, dure auto’s onder vallen? Mwàh, praktische auto’s misschien, zoals Landrovers. Auto’s, die zoals wellicht bekend, echt nogal prijzig zijn.

Een ding werd ons erg duidelijk uit dat marktonderzoek: de Noordeling mag dan niet van opscheppen houden, hij heeft er over het algemeen geen bezwaar tegen als iemand anders dat voor hem doet.

Een waarschuwing kregen we ook mee. Of we ons wel realiseerden dat het misschien wel eens te druk zou kunnen worden op die mooie stille plekjes die wij gingen verklappen.

 

En toen werd het dus september 2005 en nagelbijten. Nu ging het niet meer om doelgroepen, ijkpersonen en proeflezers, maar om u, de echte lezers. Wilde u ons wel kopen, voor bijna 5 Euro en zo ja, wat vond u ervan? En wilde u ons dan nog eens, een abonnement nemen misschien?

Inmiddels zijn we dus tien jaar verder. De wereld is veranderd en wij niet minder. Noorderland is ook veranderd. Redacties en medewerkers zijn gekomen en gegaan. Ikzelf zit nog een beetje in de kantlijn. Er is een nieuwe uitgever.

En u, de lezer, u bent er ook nog. Met z’n allen. Misschien wel vanaf het begin, of pas sinds kort, of terug van weggeweest.

Daar mogen u en ik, wij van Noorderland, eigenlijk best trots op zijn. Zonder te willen opscheppen natuurlijk.
Alhoewel. Tenslotte.

In het tijdschriftenvak hebben wij jaarlijks de uitverkiezing van tijdschrift van het jaar. Uit hoofde van mijn beroep en ook uit eigenwijsheid vind ik daar jaarlijks wat van. Dit jaar vroeg ik mij bijvoorbeeld af wat het Volkskrant Magazine bij de genomineerden te zoeken had. Een tijdschrift dat elke week gratis bij de krant komt. Of de Esquire, dat qua oplage niet eens in de buurt komt van Noorderland.

In de mij kenmerkende bescheidenheid zou ik menen dat Noorderland in dat gezelschap niet had misstaan.

Laat ik het anders formuleren. Dit weekend heb ik een recept uit de Volkskrant bereid. In het kader van de moderne achteromkijk-keuken, het hele beest en zo: balkenbrij. Over het resultaat waren de meningen bij ons thuis sterk verdeeld, mag ik wel zeggen. Ondertussen stond de hele zondag een recept van Noorderland ouderwets luidgeurend op het fornuis te pruttelen; stoofpeertjes in rode port met kaneel.

U begrijpt wat ik bedoel.

 

 

Comments are closed.

 

januari 2015
M D W D V Z Z
« nov   mrt »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031