HEELHUIDS TERUG

14 juni 2015

Wie vroeger, heel vroeger, toen ik nog jong was, naar Australië ging, nam de boot en was dan 6 weken onderweg. Dat was dus meestal enkele reis en heette emigreren. En als je je toch bedacht en terugkwam, was het immigreren, om aan te geven dat je wel erg lang was weggeweest. In ongeveer diezelfde 6 weken zijn wij gegaan, geweest en weer terug. En samenvattend kan ik nu alvast verklappen dat Australië ons bepaald niet is tegengevallen.

Hoewel wij van tevoren het ergste vreesden, op alles waren voorbereid en ruim verzekerd, hebben wij uiteindelijk slechts twee levensgevaarlijke situaties meegemaakt. Misschien drie, nou, hooguit vier.

De eerste keer toen we een ommetje gingen maken in het tropisch regenwoud, na een regenbuitje waaraan dat woud zijn naam ontleent. De autochtonen hadden ons weliswaar gewaarschuwd dat er mogelijk bloedzuigers zouden zijn en ons een zakje zout meegegeven, dat ze aldaar dus niet op slakken leggen, maar op bloedzuigers, die daarvan zouden doodgaan. Ze hadden ons echter niet voorbereid op de massale, doelgerichte aanval op de kuiten van met name mijn vrouw. Het gerucht van nieuw vers Europees bloed was blijkbaar als een lopend vuurtje verspreid onder de lokale zuigers, want ze waren er met z’n allen. Eigenlijk waren we op zoek naar het vogelbekdier, de platypus, die daar ter plekke in kreken en poelen schijnt voor te komen. Zal best, maar wij hebben er geen gezien omdat we elkaars kuiten strak in de gaten moesten houden. Toen wij thuiskwamen in de boomhut waar we logeerden, bleek ikzelf trouwens ook slachtoffer. Een bloedzuiger ter grote van mijn pink – ongeveer –  had zich dermate volgevreten met mijn bloed, dat hij het de rest van de winter rustig aan had kunnen doen, als hij het tenminste had overleefd.

‘We hadden ontsmettingsmiddel mee moeten nemen,’ meende mijn vrouw nadat de grootste paniek een beetje was gaan liggen.

Ik zag dat anders. ‘Als we geweten hadden dat we hiervoor ontsmettingsmiddel hadden moeten meenemen, waren we hier nooit geweest.’ Niettemin toch een tip, als u nog gaat. Omdat wij er van uit gingen dat in een bos met bloedzuigers ook wel dodelijke gifspinnen zouden bivakkeren, bleef het nog lang onrustig in onze boomhut. De volgende dag ontdekten we in het gootsteenkastje een spuitbus met faunabedreigend gif, waar Australiërs blijkbaar hun nachtrust mee afkopen.

De tweede situatie was bij het snorkelen. Die hele snorkeltrip op een antiek zeiljacht naar het koraalrif was tegen mijn uitdrukkelijk advies in geregeld door de andere helft van ons reisgezelschap, die vooraf beweerde wél te durven en ging ik eigenlijk alleen mee voor de gezelligheid, want geen haar op mijn hoofd. Ter plekke zonk de moed haar in de flippers en voelde ik me mijns ondanks verplicht de familie-eer hoog te houden. Plons! Ik lag nauwelijks in het water, nog danig in de war met m’n ademhaling door zo’n snorkelrietje, of een reuzenschilpad zo groot als ikzelf schiet onder me door. Rakelings langs de plek waar je als man liever niet hebt dat hij een hapje neemt. Het monster kijkt me eens vuil aan en zwemt dan doodgemoedereerd verder. Een meesnorkelende brandweerman uit Queensland steekt enthousiast zijn duim op.

De derde situatie was een verschil van mening over voorrang tussen een roadtrain, een enorme truck met drie aanhangers, en mijzelf in een huurautootje. We zullen het nooit weten, maar het zal te maken hebben gehad met het feit dat ze gunder links van de weg rijden. Ik ben maar de verstandigste geweest.

En tenslotte hadden we het gevalletje van een kasuaris die lekker stond te poepen op een landweggetje toen wij er aankwamen. Van pure chagrijn om z’n verstoorde stoelgang zette het beest de schijnaanval in. We hebben hem in z’n gezicht uitgelachen.

Kangoeroes hebben we gezien, overigens achteraf gezien meer dode langs de snelweg, dan levende, possums, koala’s en ontelbare papagaaien, kaketoes en andere vreemdschreeuwende vogels, waaronder dus die eerder genoemde kasuaris. Allemaal gewoon los, in het bos, langs de weg of in de tuin van onze b&B. Krokodillen gelukkig niet, maar haaien dan weer wel – in het aquarium.

Een eervolle vermelding verdient de Australiër. Er zullen ongetwijfeld hufters tussen zitten, maar wij zijn ze op onze hele reis niet tegengekomen. Wat een prettig, vriendelijk en relaxt soort volk. ‘No worries!’ lijkt zo’n beetje het nationale motto. We hadden het prima daarzo.

De zondagmiddag nadat we weer thuis zijn, maken mijn vrouw en ik samen met onze jetlag een ommetje door de omgeving. Het zwanenechtpaar dat al jaren vlak bij ons in de buurt nestelt, heeft dit jaar vier jonkies. Het gezinnetje is op een zondags uitstapje door de vaart.

Thuis is ook prima.

 

Comments are closed.

 

juni 2015
M D W D V Z Z
« apr   jul »
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
2930