VOICE-OVER

25 januari 2016

Een forse, heuphoge, herder-achtige hond verspert me het bospad. Niet per se dreigend, maar zeker onvermijdelijk. Hij heeft zojuist gezien hoe mijn eigen hond een stukje worst kreeg in het kader van de onmiddellijk-komen-als-ik-roep-training. Dat wil hij ook. Twee reebruine ogen kijken me trouwhartig, hoopvol en overtuigend aan. ‘Mag ik alstublieft ook een stukje worst, meneer,’ lijkt hij beleefd te willen zeggen. Ik zwicht. Geheel in strijd met de ongeschreven regel onder hondenuitlaters om elkaars honden niet te trakteren, krijgt hij een stukje. Ik heb toch genoeg; hoogstwaarschijnlijk méér dan mijn hondje vandaag gaat luisteren. Je hebt van die dagen. Heel voorzichtig pakt hij het uit mijn vingers. ‘Dank u wel, meneer,’ klinkt het. Beleefde hond.

Nee, natuurlijk is het niet de hond die tegen me praat. Honden kunnen helemaal niet praten. Duitse herders ook niet. De stem komt dan ook van rechts achter en hij is, hoewel donker en laag aangezet, duidelijk herkenbaar als die van mijn vrouw. Die is deze zondagmiddag gezellig mee wandelen in het bos.

Wij doen dat, ben ik bang en moet ik bekennen, praten alsof we de dieren in onze omgeving zijn. Zeggen wat wij denken dat ze zouden zeggen als ze zouden kunnen praten. Als een soort voice-over. Daar is ook een wetenschappelijke naam voor, antropomorfisme. Waarmee ik maar gezegd wil hebben dat het in de beste families voorkomt.

Het begint vrij onschuldig met praten tegen de huisdieren alsof het mensen zijn. In dat eerste stadium praten ze dan nog niet terug. Herkent u dit uit uw eigen situatie, wees dan beducht op het vervolg. In de vakliteratuur wordt vaak gezegd dat hond of kat weliswaar niet begrijpt wat u zegt, maar uit de toon en kleur van de stem wel zo ongeveer de bedoeling vat. Wat betreft onze katten, waag ik dat te betwijfelen. Die drie (!) van ons zijn sowieso niet bijzonder pienter, maar ze hebben nog nooit de geringste blijkt van herkenning gegeven bij al die goede gesprekken die ik met ze heb willen voeren. Die herkennen echt alleen de toon en kleur van een rammelend etensbakje. En als ik me vergis en ze verstaan me wel, dan zijn het nog grotere huftertjes dan ik altijd gedacht heb. Dan hebben ze gewoon lak aan me; maar ik bedoel eigenlijk een ander woord dat ik in dit verband niet kan gebruiken. Bij de hond ligt dan anders. Die begrijpt meestal donders goed wat ik bedoel, maar verbindt daar lang niet altijd de gewenste conclusies aan. ‘Zit!’ zeg ik. ‘Nee, lekker pûh,’ hoor ik hem dan denken, zelfs als mijn vrouw niet in de buurt is. Verontrustend wel; maar de vervolgcursus opvoeden start volgende week.

Dat het niets uithaalt en dat we niet begrepen of geloofd worden, weerhoudt mijn vrouw en mij niet. Nooit gedaan. Toen mijn moeder zaliger, jaren geleden op kraamvisite was en mijn vrouw in de keuken honderduit hoorde babbelen, vroeg ze zich verbaasd af met wie ze dan wel praatte. Zij had immers haar kleindochter op schoot en ik zat op de bank naast haar. Tegen de katten dus. Vanuit haar optiek dat huisdieren alleen maar rommel geven, was mijn moeder nooit verder gekomen dan een kanariepietje – nog een reuze tegenvaller qua rommel overigens – en het idee dat mensen tegen hun huisdieren praten, vond zij wel verontrustend. Nou weet ik niet of er veel mensen zijn die tegen hun kanarie praten, maar ik ken er wel – niet nader te noemen – die hele gesprekken voeren met hun zebravinken.

De enige restrictie die we onszelf opleggen is dat we elkaar in gesprekken met hond en kat en pluimvee niet ‘papa’ en ‘mama’ noemen. ‘Zit je lekker bij papa op schoot?’ Als u dat wel doet, moet u dat zelf weten, natuurlijk en je zult ze de kost geven. Maar wij hebben al moeite genoeg om serieus genomen te worden door onze echte kinderen. Je bent zonderling voordat je het in de gaten hebt.

Om dezelfde reden praten we zelden namens de dieren – de volgende fase – als er vreemden in de buurt zijn. Vreemd genoeg kunnen de kinderen dat dan weer wel waarderen omdat met name mijn vrouw als voice-over nogal grappig uit de hoek kan komen. Ikzelf ben minstens even leuk, maar ik specialiseer me de laatste tijd vooral in het nasynchroniseren van mensen. Ik waarschuwde toch al dat het van kwaad tot erger gaat? Legendarisch is mijn ondertiteling van een welgevulde Duitse toerist op het strand van Zandvoort in de weer met een handdoek, een zwembroek en wegwaaiende parasol.

Vermoedelijke reden van dit dierenpraten, zegt de (pseudo-)wetenschap, is dat het in  bepaalde situaties handig kan zijn een ander voor je te laten spreken.

‘Zullen we een fijne lange wandeling gaan maken?’

(stemmetje:) ‘Ja, die is gek, heb je al naar buiten gekeken’? Het giet van de lucht!’

‘Meneer, menéér,’ klinkt het achter ons als we al een stukje zijn doorgekuierd op het bospad, ‘mag ik nóg een stukje worst?’

Blijkbaar is de Duitse herder achter ons aangekomen.

 

 

Comments are closed.

 

januari 2016
M D W D V Z Z
« dec    
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031