Een uitgave van mats bv ©
AANHAKEN
Jaargang XIII, 11
Lees ik weer ergens in een interview met iemand dat het toch algemeen bekend schijnt te zijn dat kinderen hun vaders vroeg of laat een sukkel gaan vinden.
Ik roep mijn eigen zoon meteen ter verantwoording: ‘Kom jij eens hier jongetje. Ga jij jouw allerliefste papa vroeg of laat een sukkel vinden?’
De jongen, die later een beroemd acteur wil worden en daar volgens mij ook alle aanleg voor heeft, reageert geschokt: ‘Nee natuurlijk niet papa, jij bent mijn allerdikste, eh.. ik bedoel allerbeste vriend en dat blijf je ook.’
‘En als je straks sterker bent dan ik en groter…’
‘En rijker en beroemder en knapper?’
‘Ja?’
‘Daar moet ik even over nadenken. Je hebt natuurlijk nog heel wat martelingen van mij tegoed. Die krijg je nog terug.’
‘Maar als ik dan oud en zwak ben?’
‘Niets mee te maken, ik ben nu jong en zwak en daar trek jij je ook niets van aan.’
Vooruitlopend op wat me straks allemaal blijkbaar nog te wachten staat, neem ik het er nog maar even van. Ik smijt de jongen even hardhandig maar hartelijk op de grond en ga vriendelijk boven op hem zitten. Knijp eens lekker in zijn kont en kietel hem vervolgens vrolijk half bewusteloos. Twee keer in de week naar de sportschool loont zich.
‘Auw, auw, papa. Nee, niet doen, dat doet echt pijn. Oeioei. Aiai. Auwa.’
‘Mat, hou daar mee op, je kent je eigen kracht niet. Zo meteen breekt de jongen wat.’
‘Ja papa, zo meteen breek ik wat.’ Mijn acteurtje in spe heeft het weer overtuigend gebracht. Zijn moeder is er in elk geval weer ingetrapt. Vals lachje.
Ik weet in mijn eerlijkste momenten wel dat ik de tijd niet kan tegenhouden. Hij is met zijn elf jaar nog maar een halve kop kleiner dan ik en bijna net zo breed. Onze schoenmaten zijn al gelijk.
Vorige week heeft hij zijn golfvaardigheidsbewijs gehaald. Twee vingers in de neus, één hand op de rug. Jazeker, golf is allang geen sport meer voor rijke bejaarden. Tenminste niet in onze contreien. Hier doet iedereen het, van jongelui tot mannen in hun midlifecrisis. We zijn nota bene tegelijkertijd begonnen, omdat het ons zo leuk leek ooit samen allerlei exotische golfbanen over de hele wereld te bezoeken, maar als het een beetje meezit, ijs en weder dienende, zullen mijn vrouw en ik op zijn vroegst dit najaar examen mogen doen. En daar zullen dan nog flink wat privélessen overheen gaan.
‘Moet je luisteren,’ zeg ik beleefd tegen mijn leraar, die in deze sport ‘pro’ wordt genoemd, van ‘professional’, waarschijnlijk om te onderstrepen dat wij als leerling eigenlijk allemaal maar amateurs zijn, ‘jij gaat zorgen dat ik zo snel mogelijk bij die jongen aanhaak.’
‘Dan heb ik vervelend nieuws voor je,’ zegt die botweg, ‘dat gaat je niet meer lukken op jouw leeftijd.’
Ik denk niet dat het helpt als ik nu nog een nieuwe ‘pro’ neem.
