Een uitgave van mats bv ©
ACHT JAAR
Jaargang VIII, 34
We vieren de verjaardag van onze dochter. Wat wordt ze groot! Acht jaar alweer. Hoewel ze op maandag verjaart, nemen we daar in alle vroegte uitgebreid de tijd voor. Dan zit ze tussen ons ingeklemd op de rand van het bed en dan vertellen we hoe goed we ons nog kunnen herinneren dat ze geboren werd en vooral hoe verschrikkelijk blij we toen waren. Een verhaal dat we al veel vaker dan acht keer verteld hebben, maar waar we alledrie niet genoeg van kunnen krijgen en dat we nog vele, vele jaren hopen te mogen vertellen. Dan knuffelen we even lekker totdat haar broer ook wakker wordt, vervolgens brullen we goed hard en vals 'Lang Zal Ze Leven' tegen het arme kind aan en dan naar beneden om de cadeaus uit te pakken.
De weg naar beneden tot en met haar stoel zijn versierd door haar broer en mij. Als die jarig is door zijn zus en mij. Hoewel wij in vele opzichten een hartstikke modern gezin zijn, hechten we heel erg aan onze tradities. Zó vieren wij onze verjaardagen en niet anders. Het voorafgaande weekend zijn de tantes geweest, de eerstvolgende vrije middag het kinderpartijtje en vandaag, op de dag zelf, onder ons. Even traditioneel zegt mijn vrouw dan dat we het eigenlijk allemaal veel te gek maken. Steevast zeg ik dan weer dat het hier wel om míjn dochter gaat, of in het andere geval, míjn zoon en dan maken we het gewoon weer te gek. Zij begint trouwens, want eigenlijk doe ik sinds jaar en dag voornamelijk de sjouw-boodschappen. De taart bij de bakker drie dorpen verder, omdat die de lekkerste bakt, de worstjes voor de barbecue van onze speciale slager en de kratjes bier van een slijter die ik wel zelf mag uitzoeken omdat ik daar bij ons thuis nou eenmaal het meeste verstand van heb. De pret-boodschappen, de cadeautjes heeft ze al zelf gedaan voordat ik begonnen ben erover na te denken.
En als ik dan op de allerlaatste dag met een dekbedovertrek van Donald Duck aan kom zetten, dat ik via-via heb kunnen regelen, 'wordt het echt allemaal te veel.' Terwijl ik weet dat ik er mijn dochter een groot plezier mee doe, want nog vorige week moest ik van de zaak Donald Duck nummer 23 meenemen, want die miste ze nog in haar collectie.
'Misschien moeten we dat maar aan de jongen geven,' meent mijn vrouw, hoewel die echt te oud is om een cadeautje te krijgen omdat zijn zus zoveel krijgt, terwijl hij niet eens jarig is. Dat hebben we zes jaar geleden al afgeschaft.
Ze is heel blij met haar dekbed, maar haar broer schiet helemaal in de slappe lach als hij het ziet: 'Wie wil daar nou onder slapen!'
Ik kan niet goed beoordelen of daar iets van jaloezie in doorklinkt.
