Een uitgave van mats bv ©
AFSTAND
Jaargang X, 24
Sinds een paar weken ben ik tenminste twee dagen per week van huis. Dat zijn ze niet meer gewend. Ongeveer tegelijkertijd is mijn vrouw van baan veranderd, dus die kan nog niet zo naar believen met haar werktijden schuiven als ze in haar vorige baan wel gewend was; eerst een beetje gewend en ingericht raken. Dat betekent dat er wat meer geregeld wordt met oppassen, dat er eens een keer vaker moet worden overgebleven op school en zelfs dat ze wel eens héél eventjes alleen blijven. In dat laatste geval oefenen we van tevoren wel eerst hoe het ook weer ging met opbellen naar de mobiele telefoons van één van ons en waar de nummers staan opgeschreven. Maar als ik dan ook nog eens een paar dagen druk ben met een tussendoor-klus, vindt onze zoon dat hij er wat van moet zeggen.
We zijn gezellig een stukje aan het toeren in de oude auto; daar hebben we toch altijd nog wel tijd voor. Goede gelegenheid voor een serieus gesprek.
‘Jij bent de laatste tijd wel weer vaak weg, hè papa.’
‘Nou, dat valt toch wel mee? Vroeger was ik vaker pas heel laat thuis.’
‘Ja, maar waarom is dat?’
‘Nou gewoon, om geld te verdienen.’
‘Vind jij dat leuk?’
‘Geld verdienen vind ik wel leuk, werken vind ik niet erg en dat ik dan wat meer weg ben, daar is nou eenmaal niks aan te doen.’
Dat is bijna de hele waarheid. De hele waarheid is dat de opdracht zich afspeelt in mijn geboortestreek en het is niet onaardig om daar weer eens rond te kijken. Ik ben natuurlijk jaren weggeweest. Bovendien mag ik van mijn opdrachtgever in een prettig buitenhotel logeren. Daar kennen ze me inmiddels, ik heb mijn vaste kamer met uitzicht op de tuin en de kok weet dat ik niet van knoflook houd. ’s Avonds neem ik vaak met mijn draagbare computer plaats op het terras om nog een verhaaltje te typen en dan blijkt de ober ook al te weten welk biertje ik het liefst drink. Ik denk vaak, nou ja, soms dat er mensen zijn die het slechter getroffen hebben. En even los van het feit dat mijn vrouw volgens mij ook wel af en toe zo’n klusje zou willen hebben, is het ook nog eens goed voor de relatie. Als je elkaar van ver belt, is het op een of andere manier toch makkelijker om iets liefs tegen elkaar te zeggen dan wanneer je na de afwas en de kinderen naar bed samen op de bank neerploft achter de televisie. En als ik weer thuiskom, moeten we echt even gaan zitten om bij te praten en dan komt vanzelf wel een flesje wijn op tafel.
Zojuist heb ik gebeld. Ik hoor van mijn vrouw dat mijn dochter zich niet lekker voelt, helemaal niet. Ze komt ook aan de telefoon om het zelf te vertellen, maar ze kan alleen maar snikken, zo erg is het.
Dan helpt het ons allebei maar een beetje dat ze vanavond natuurlijk lekker bij mama in bed mag slapen.
