Een uitgave van mats bv ©
ALLES OF NIETS
Jaargang XI, 21
De zaak wordt op het spits gedreven. Dat veel van mijn trouwe lezeressen er voetstoots van uitgaan dat er straks bij ons drie katten zullen rondlopen omdat ik uiteindelijk toch niet kan weigeren dat er eentje uit het nest overblijft, dat kan ik nog begrijpen. Waarschijnlijk heb ik me in het verleden toch te vaak wat wankelmoedig opgesteld in de opvoeding. Maar dit keer staat mijn besluit zo vast als een huis: drie is te veel! Ik zou daar wel wat steun in kunnen gebruiken, maar dat is blijkbaar even te veel gevraagd. En nu gaat zelfs juf van mijn zoon zich er mee bemoeien!
Maar laten we, omwille van de privacy en de grote belangen die hier op het spel staan, overschakelen op de inmiddels bekende undercover-stand.
Er was eens een juf op een school in een lieflijk dorpje ergens in het midden van het koninkrijk. Op een dag vertelde de juf, laten we haar Juf Huis in ’t Veldt noemen, in haar klas een droevig verhaal dat haar was overkomen. Een van haar dierbare katten was komen te overlijden aan ongeneeslijke ouderdom. Juf had er veel verdriet van en de klas leefde met haar mee. Nou zat er in die klas een jongetje van een jaar of negen, tien, Peppie geheten, die een kat had, Choco genoemd, die net op vrijerpad was gegaan. Daar zouden kleine poesjes van komen en dan zou juf er een of twee uit dat nest mogen kiezen. Juf was tot tranen toe geroerd; het was natuurlijk ook heel lief van Peppie, en ook helemaal niet onverstandig. Het scheelt toch al gauw een paar punten op je rapport.
Juf H. leefde helemaal mee met de zwangerschap van Choco. Op een dag stuurde ze zelfs een kaartje; heel schattig. Dat ze zich zo verheugde op de kleintjes en dat ze zeker zou komen kijken als ze geboren waren. Dat haar man een test zou doen met de katjes. Hij zou ze op zijn schouder zetten en als ze daar gezellig bleven zitten, waren ze geaccepteerd. Juf Huis, zoals de kinderen haar ook wel noemden, besloot het kaartje met de wens dat het nestje maar groot genoeg mocht zijn, zodat Peppi ook nog een poesje kon houden voor zichzelf.
Nu is dit maar een sprookje, maar in het echt zou juf hier natuurlijk lelijk de mist in zijn gegaan. Stel dat ze zich in het echt zou aansluiten bij de meerderheid van mijn lezers en er een weddenschap op zou willen afsluiten dat Veto, het derde poesje dat er nooit zal komen, er tóch zou komen, dan speelt ze natuurlijk hoog spel.
En hoog spel, heb ik altijd geleerd, is alles of niets. Ik bedoel maar: misschien sta ik wel geen één poesje af ter adoptie.
Nu ik er over nadenk is dat ook voor thuisgebruik een hele leuke: alles of niets.
