Een uitgave van mats bv ©

ARENA

Jaargang X, 40

We hebben ons er mateloos op verheugd. Maar het is nog veel mooier geworden dan we hadden kunnen dromen.

Ondanks een korte nachtrust van de zenuwen en een vroeg op de zaterdagochtend hockeywedstrijd, zijn we ruim op tijd in Amsterdam Zuidoost. Zonder mankeren vinden we een drive-in hamburgerrestaurant, dat dan ook leuk pal aan het eind van de snelwegafrit ligt. Gelukkig hebben de zenuwen nog geen vat gekregen op de eetlust en het smaakt ons buitengewoon. Hoe meer calorieën, hoe meer mannen-onder-elkaar. Na de voedzame maaltijd hebben we nog ruim te tijd om tussen verschillende parkeerplaatsen heen en weer te rijden omdat we de juiste garage bij ons kaartje niet kunnen vinden. In de verkeerde garage blijkt dat helemaal geen probleem en kan dat zelfs geregeld worden met een Amsterdamse parkeerwachter!

We gaan naar Ajax – Roda JC met z’n tweeën en we laten ons meevoeren door de supportersstroom. Tussen de hoge kantoren van Zuidoost echoën de vuurwerkknallen lekker door. Sfeertje!

‘Ik vind dit heel erg leuk,’ zegt mijn zoon ten overvloede. We kopen een officiële Ajax zwaaisjaal, drinken nog wat en gaan dan de ArenA binnen.

‘Wow!,’ zegt hij ten overvloede. We hebben prachtige plaatsen.

Ik ga niet bijzonder vaak naar het stadion, maar ik heb toch al heel wat historische wedstrijden gezien. De omhaal van Marco van Basten tegen FC Den Bosch, dat was nog in De Meer, de opening van de ArenA zelfs, met Trijntje Oosterhuis, de bijna terechte strafschop door Frank de Boer versierd tegen Tsjechië tijdens het EK in eigen land, dat soort wedstrijden.

Vandaag, nu ik voor het eerst met mijn zoon bij Ajax ben, is opnieuw een historische dag. Deze week is André Hazes overleden, ook in huize Heffels zeer betreurd en bedankt, en de buitengewoon indrukwekkende ademloze minuut stilte die het uitverkochte stadion voor de wedstrijd in acht neemt en de vertolking van zijn song ‘De Vlieger’ door de F-side, zullen mijn zoon en ik nooit vergeten.

Het wordt allemaal nóg veel mooier. Als we ons net goed en wel geïnstalleerd hebben voor de aanvang van de wedstrijd komt Piet Keizer naast ons zitten. Piet Keizer!

‘Dag meneer Keizer,’ zeg ik geheel ten overvloede en behoorlijk schaapachtig. Luid fluisterend leg ik daarna mijn zoon uit dat deze meneer nog samen met Johan Cruijff voetbalde en legendarisch werd en door papa als klein jongetje heel erg bewonderd. Jazeker waren die toen beroemd, kijk maar, zijn foto staat nu nog op de clubpas.

In een tegenvallende wedstrijd scoort Ajax twee minuten vóór tijd de enige, winnende treffer. Tot onze opluchting, moet ik zeggen, want alleen een overwinning kon recht doen aan deze avond. Na afloop vinden we bijna vanzelfsprekend onze parkeergarage terug, moeten uiteindelijk toch gewoon afrekenen ondanks ons parkeerkaartje en rijden we stil met elkaar door de nacht naar huis.

Ik heb gedaan wat ik moest doen en kon doen.

Als dit niet werkt, ga ik voortaan welgemoed op zaterdagochtend naar het hockeyveld.