Een uitgave van mats bv ©
AUTO WASSEN
Jaargang XII, 2
Het begrip ‘klusjes doen’, vroeger bij de verkennerij ook wel ‘heitje voor een karweitje’ geheten is bij ons thuis onderontwikkeld gebied. Veel verder dan tafel op- en afruimen, afwasmachine in- en uitruimen en eigen kamer opruimen komen we niet. ’s Zomers verlang ik dan nog wel eens onkruid tussen de tegels van het terras uithalen en in het najaar bladeren harken. En dat is het wel zo’n beetje.
Kinderarbeid kun je dat nauwelijks noemen en hoewel met name mijn dochter bij elke extra klus regelmatig dreigt met het inschakelen van de kinderbescherming, hebben wij van die instantie eigenlijk niets te vrezen. Voor die lichte, zeg maar gerust symbolische, bijdrage aan het reilen en zeilen van het huishouden, betalen wij ons nageslacht ongeveer één Euro per week. Redelijk consequent.
Voor mijn zoon is dat sinds kort niet meer voldoende. Die heeft een PSP in zijn hoofd gezet. Dat is een elektronisch hebbedingetje waarop je films kunt bekijken, muziek kunt beluisteren, kunt internetten en spelletjes kunt spelen.
Je zou je kunnen afvragen hoe de jongen zo lang heeft kunnen leven zonder zo’n ding. Het kost ongeveer 6 jaar zakgeld. Opmerkelijk is dat het grenzeloze verlangen naar zo’n apparaatje vlak na Sinterklaas ontstond. Dat komt misschien omdat sommige van zijn vriendjes toen zo’n ding kregen en dat hij daarvan begerig werd, maar het zou ook kunnen zijn dat hij al zijn andere wensen graag eerst in vervulling zag gaan en daarna het project PSP opstartte.
Dat pakte hij aanvankelijk niet al te slim aan. Al snel kwam het onze neus uit dat hij bij elke grotere gezinsuitgave berekende hoeveel PSP’s dat waren, voortdurend onderhandelde over het bedrag dat wij dan zouden bijdragen en op internet met vreemde mannen ging onderhandelen over de verkoop van zijn oude elektronische spullen.
De maat was uiteindelijk vol toen hij zich ging beklagen over zijn oude oma’s en zijn ontbrekende opa’s en met name hun rapport-bonussen. In een eenzijdig, maar goed gesprek werd hem uitgelegd dat het woord PSP voorlopig taboe was, dat hij wat andere interesses aan de dag moest leggen dat spelletjes en tv alleen, dat hij van ons best eens een boek mocht lezen en dat twee minuten huiswerk maken in de week ons wat krap leek.
Mijn zoon is niet achterlijk. Na een halve dag mokken gooit hij het over een andere boeg. Hij gaat klusjes voor ons doen. Tegen betaling uiteraard, waarbij hij meteen maar aantekent dat een heitje, een kwartje dus, niet meer van deze tijd is. Een auto wassen kost drie Euro en van binnen stofzuigen 1 Euro extra. Vergeleken met de wasstraat een koopje. Maar ik herinner me een neef die ook eens wat wilde bijverdienen en mijn splinternieuwe auto met een pannenspons te lijf ging. Die jongen was destijds een jaar of twintig en mijn zoon is tien. En ik hecht heel erg aan mijn auto’s.
Mijn vrouw vindt dat ik hem een kans moet geven. We komen tot een compromis. Hij mag eerst op haar auto oefenen. Als dat bevredigend verloopt mag hij mijn dagelijkse auto doen, maar hij blijft natuurlijk van de klassieke auto af. En we maken duidelijke afspraken: niet goed, geen geld of opnieuw.
Dan volgt instructie. Niet in je zondagse kleren met je beste schoenen aan. Eerst de auto afspoelen met water en zachte borstel, dan lekker soppen, weer afspoelen en drogen met een zeem. Tenslotte glans wrijven met een droge theedoek.
Alras blijkt dat mijn zoon die PSP heel erg graag wil. In één minuut klaar met zijn huiswerk, het liefst bergaf fietsen, vier borden en een stapel messen en vorken op tafel kwakken beschouwen als tafeldekken, maar ruim een uur poetsen en soppen op mama’s auto met ijskoud water op een winterse zondagmiddag.
Het resultaat is niet geweldig. Als de auto opdroogt, blijken wat plekjes overgeslagen. Maar de velgen zijn schoner dan van de wasstraat. En mijn vrouw is erg tevreden.
‘Omdat het de eerste keer is, keuren we het goed,’ zeg ik streng.
‘Dank je wel papa.’
‘Maar de volgende keer wil ik geen plekje meer zien, hoor.’
De volgende keer is namelijk mijn auto.
