Een uitgave van mats bv ©

BEETJE GELUK

Jaargang VIII, 10

Mijn zoon en ik zijn samen naar de slager geweest, terwijl de meiden elders in de stad boodschappen doen. Wij vermoeden dat we apart op pad zijn gestuurd in verband met mijn naderende verjaardag, maar dat weten we niet zeker. Het is ons niettemin goed bevallen omdat het plakje worst weer overheerlijk smaakte en omdat we eens lekker hebben bijgekletst. De jongen praat namelijk graag, het liefst aan één stuk door en soms ook als hem niets gevraagd wordt of als anderen eigenlijk aan het woord zijn.

Soms kun je dat hebben en soms word je er hoorndol van. Vandaag kan ik het hebben omdat ik hem al lang niet meer eens goed gesproken heb en omdat er verder geen anderen zijn die eigenlijk aan het woord willen zijn; de meiden zijn immers apart boodschappen doen. En telkens als hij even adem moet halen kan ik vlug een bestelling doorgeven aan de juffrouw achter de toonbank van de slager.

'Pappa?' Zo begint elke vraag of opmerking.

'Ja jongen?' Het gaat bijna automatisch.

We kunnen er vandaag niet genoeg van krijgen. Totdat we thuis zijn.

'Pappa?'

'Ja jongen?'

'Mag ik op de spelcomputer? Mamma zei dat het mocht als we terug waren van boodschappen doen.'

'Als het van mamma mag, mag het van mij ook. Maar als het van mamma niet mag, heb jij een probleem, dan mag je verder de hele week niet meer.'

'Nou, dan wacht ik wel, want mamma heeft wel gezegd dat het mocht, maar ze vergeet het soms.'

Ik kijk hem eens scheef aan. Dit gaat iets te makkelijk, normaal gesproken verdedigt hij zijn rechten met meer verve.

'Echt waar hoor pappa, echt waar.'

Ik besluit dat hij nog te klein is om te liegen en er ook te weinig reden voor heeft.

'Ja hoor, ik geloof je heus wel. Ga maar lekker spelen.'

Om het vertrouwen in mijn zoon te benadrukken zet ik de kookwekker op 45 minuten terwijl een half uur eigenlijk het maximum is.

Ik kijk met hem mee omdat ik het wel een grappig gezicht vind om te zien hoe behendig hij is.

'Dit is wel je favoriete spelletje, geloof ik?'

'Dat is ook zo,' zegt mijn zoon zonder blikken of blozen, 'want dit heb ik van jullie gekregen, en alles wat ik van jullie krijg, daar zit een beetje geluk bij.'

'Jij bent een klein slijmerdje,' zeg ik.

'Ja pappa,' geeft hij toe, een beetje afwezig omdat hij net bij een heel ingewikkelde passage in het spel is. En als hij daar voorbij is: 'Maar het is ook echt waar hoor pappa.'

Ik hoop dat de meiden het heel gezellig hebben samen in de stad en ik hoop dat ze nog even wegblijven.