Een uitgave van mats bv ©
BEROEMD EN BEWONDERD
Jaargang VIII, 43
Eigenlijk waren we onderweg naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Onze kinderen wilden al lang de Nachtwacht eens van dichtbij zien en als de cultuur zo spontaan komt opborrelen, zijn wij niet te beroerd om de zondagsrust op te offeren. En hoe lang was het ook alweer geleden dat we zelf onze wereldberoemde meesters bewonderden? Dat moet voor mij welhaast een schoolreisje van de middelbare school zijn geweest naar de grote Rembrandt-tentoonstelling; waarschijnlijk het reisje waarop ik de bus terug naar huis miste omdat ik na het museum de stad ging verkennen. Ik kwam tenslotte uit de provincie.
Het was vanmorgen al meteen duidelijk dat het een ideale museumdag zou worden, een druilerige dag die waarschijnlijk zal ontaarden in computerspelletjes, televisie en Mens-Erger-Je-Niet zonder pionnen en dobbelstenen. Dus stoffen we onze museumjaarkaarten af en stappen welgemoed in de auto.
Maar ergens halverwege bedenkt mamma ons. We gaan niet naar Amsterdam, dat loopt toch niet weg, maar naar Amstelveen naar het Cobramuseum. Daar hebben ze drie tentoonstellingen voor één geld, schilderijen en tekeningen van Herman Brood, foto's van Anton Corbijn en tekeningen, schilderijen en plastieken van Jan Wolkers. De eerste twee zijn helden uit pappa's rock 'n' roll-jeugd, de schrijver heeft sinds een nog veel vroegere jeugd hele generaties aan de literatuur gebracht.
Het werk van Brood herkennen ze van de litho die thuis aan de muur hangt. Ik geloof dat ze het mooi vinden, kleurig en fleurig. Mijn zoon leest hardop de titels voor, de dochter is stiller en dwaalt weg met haar gedachten, zoals dat ook hoort in een museum. De foto's van Corbijn vertellen ook het verhaal van een heftig leven en van de drugs. Hoe erg dat is en hoe het afgelopen is met de artiest weten ze ook. Jan Wolkers is toevallig vandaag zelf aanwezig, we treffen het, hij signeert boeken. Hem kennen de kinderen van televisie, hij vertelt in een programma over wat er leeft en krioelt in zijn tuin op Texel. We zijn alle vier een beetje te verlegen om zomaar op hem af te stappen, te beroemd en te bewonderd.
We gaan eerst zijn werk aan de muur bekijken. Daar durven we niet veel van te vinden, te beroemd en te bewonderd. Zijn middelste periode krijgt de meeste aandacht vanwege het gebruikte materiaal: koeienvlaaien. Er mag heus wel gelachen worden in moderne musea.
Als we later in de filmzaal een documentaire over de schrijver bekijken, sluipt mijn vrouw de zaal uit. Als we haar na afloop van de voorstelling weer terugvinden, blijkt ze het verzameld werk van Jan Wolkers in een band te hebben gekocht en hij heeft er zelf in een wat beverig, maar kloek handschrift een lieve opdracht voor onze kinderen in geschreven. 'Voor later, als jullie naar middelbare school gaan,' zegt ze, en tegen mij: 'Zij hoeven het niet onder de lakens te lezen, zoals wij vroeger.'
Hopelijk zullen ze er toch net zo van genieten als wij vroeger.
