Een uitgave van mats bv ©
BLADSLAG
Jaargang XI, 50
Elk jaar laten de bomen bij ons in de straat en in de tuin keurig op tijd hun bladeren vallen. Die harken wij dan zo’n beetje bij elkaar, leggen ze aan de rand van de straat en daarna komen de mannen en vrouwen van de gemeente ze ophalen. Opgeruimd staat netjes, zeker zo vlak voor de feestdagen. Maar dit jaar was de natuur enigszins in de war en wij dus ook. Het was nog veel te laat nazomer en de bomen hielden hun bladeren lekker vast. Zolang er nog blad aan de boom is, gaan wij niet harken, want dan kun je na één windvlaag weer opnieuw beginnen.
Maar de gemeentelijke bladopruimers trekken zich niets aan van de problemen van de natuur en de gewone man. Die komen gewoon volgens schema. Alles bij elkaar betekent dat natuurlijk dat wij op de allerlaatste dag als een gek moeten staan harken, terwijl de bomen nog lustig hun bladeren rondstrooien.
Mij dunkt dat ik dat niet helemaal alleen hoef te doen. Vele handen maken licht werk.
‘Maar de tuin is jouw hobby, toch papa?’
‘Krijgen we daar dan geld voor?’
Je kunt wel merken dat Sinterklaas voorbij is en daarmee de noodzaak om bij de gulle gevers in het gevlei te komen.
‘Moet ik het soms helemaal alleen doen?’ vraag ik retorisch, want het antwoord dat de schatjes hierop hebben, kan ik maar beter niet horen.
Dat hele bladeren-gedoe heet bij ons in de gemeente ‘Actie Bladslag’. Dat klinkt bijna als een militaire operatie en zo zou ik het bij ons in de tuin ook graag georganiseerd zien. Maar helaas.
De zoon begint ergens in een hoek van de tuin met de bladblazer en de dochter gaat de kruiwagen volladen met alvast bij elkaar geharkte bladeren.
‘Die bladeren moeten allemaal zo ongeveer dezelfde richting uit geblazen. En lieve schat, als je de blaadjes één voor één in de kruiwagen doet, zijn we volgende week nog bezig.’
Een moderne bladblazer kan niet alleen blazen, maar ook zuigen en zelfs hakselen. De komende drie kwartier kan mijn zoon niet kiezen uit al die functies en moet hij zijn eerste vierkante meter nog bladvrij krijgen. Zijn zus is tien minuten geleden met de eerste halfvolle kruiwagen naar de straat vertrokken en is daar nu heel zorgvuldig aan het uitzoeken waar ze haar eerste stapeltje blaadjes zal gaan deponeren.
Even later heeft de jongen het helemaal gehad met de bladblazer en wil hij mij eigenlijk liever helpen met het snoeien van de klimhortensia. Zijn zus gaat iets warmers aantrekken en wil daarna wel even kijken of het leuker is met de bladblazer dan met de kruiwagen.
Dan komt een buurvrouw voorbijfietsen: ‘Een beetje opschieten jongens, want morgen komen de mensen van de gemeente.’ Ik zucht. Mijn zoon heeft zojuist drie gesnoeide takken naar de groene bak gebracht: ‘Hij zit helemaal vol, papa.’
Mijn dochter komt melden dat haar tenen nu echt bevroren zijn.
Tijd voor een preek. Dat het nu eens afgelopen moet zijn met het gezeur en gezever en dat de handen uit de mouwen moeten. Dat wij vroeger…en dat voortaan als zij wat van mij willen…en dat we niet naar binnen gaan voordat…
Mijn vrouw vraagt of we binnenkomen om te lunchen.
Het is al bijna donker als ik mijn laatste kruiwagen omkeer aan de straat. Mijn tuinhulpjes zijn al een paar uur geleden naar binnen gegaan, mét toestemming. Uiteindelijk was er toch een vaag vermoeden van goede wil. Nu is er ook warme chocola voor mij en een warm bad.
Diep in mijn broekzak vind ik twee Euromunten.
