Een uitgave van mats bv ©

BONT EN BLAUW

Jaargang IX, 3

Over de telefoon heb ik natuurlijk al lang gehoord wat er aan de hand is, maar nu ik eindelijk thuis ben, moet ze maar eens haarfijn zelf uitleggen wat er gebeurd is. Tussen grote snikken door krijg ik het verhaal. Ze zaten op school in de kring en toen ze opstond heeft ze zich verschrikkelijk hard gestoten aan de kast met haar hoofd en arm. Dat was in het begin van de middag en daarna kon ze zelfs niet meedoen met ballet en nu heeft ze nog steeds heel erge hoofdpijn en pijn aan haar arm en ze moet steeds een beetje huilen. Mijn vrouw vertrouwt het niet en vindt dat ik met haar naar de eerste hulp moet, maar dat wil ze zelf per se niet. Ik twijfel en voel eens heel voorzichtig op haar hoofd, waar het pijn doet. Ik voel geen bult. Maar ik mag niet aan haar arm komen. Ze kan op mijn verzoek wel een vuist maken. Ik heb wel eens gehoord, waarschijnlijk in een ziekenhuis-serie op televisie, dat je daaruit iets kunt afleiden, maar ik ben vergeten wat. Dat schiet zo niet op.

'Kom op, meisje, we gaan even naar het ziekenhuis, we laten de dokter even kijken voor de zekerheid.'

Ze geeft zich gewonnen en mamma kleedt haar lekker warm aan voor de koude nacht. Ik weet niet hoe het zo gegroeid is in ons gezin, dat ik degene ben die in noodgevallen met de kinderen naar eerste hulp gaat. Logisch is het niet, want zoals elke echte vent kan ik slecht tegen pijn en al helemaal niet tegen bloed. Bij de minste of geringste medische handeling aan mijn eigen lijf, moet ik even gaan liggen en als er straks een leuk bloedende gewonde binnenkomt in deze wachtkamer, ga ik gegarandeerd gestrekt. Maar mijn dochter bloedt niet en ook de andere patiënten van vandaag hebben alleen verstuikte en/of gebroken ledematen.

De dokter vindt het, geloof ik, ook maar een raar verhaal, tegelijk je hoofd en je arm stoten aan een kast. Ze kijkt mij onderzoekend aan en wil van mijn dochter precies horen hoe het gegaan is. Natuurlijk ben ik gepikeerd, alsof ik mijn bloedeigen kind ooit een haar zou kunnen krenken, maar het is goed dat ze het doet.

Er is niets met haar hoofd en de arm blijkt gelukkig ook niet gebroken, maar gekneusd. Ze moet nog wel een beetje huilen, maar dat is inmiddels meer van vermoeidheid dan van de pijn. Ze krijgt een pracht van een mitella en opgelucht gaan we naar huis. Misschien is het wat te veel geweest de afgelopen tijd, de reis naar Amerika, de drukte op school. Misschien hebben we wat overbezorgd gereageerd door meteen naar het ziekenhuis te rennen. Gelukkig denk ik dat alleen maar en zeg ik het niet hardop, want de volgende dagen kleurt haar elleboog van rood naar diepblauw, paars en geel en groen.

Een volwassen vent zou flauwgevallen zijn.