Een uitgave van mats bv ©
BOOS
Jaargang X, 45
Mijn zoon en ik hebben een hoog opgelopen conflict, zeg maar echt ruzie. Het gaat om de film ‘Troy’ die klaarblijkelijk onlangs op DVD is verschenen, want het schoolplein gonst ervan. Er zijn jongetjes in zijn klas die hem al hebben mogen zien. Toevallig zijn dat allemaal jongetjes die een oudere broer hebben, of zus, want Brad Pitt speelt de hoofdrol. Nou heb ik uit mijn eigen gymnasium-periode het boek Ilias van Homerus ook niet meer zo heel scherp op het netvlies, maar ik meen me toch te herinneren dat het er in de Trojaanse oorlog niet bepaald zachtzinnig aan toeging. En als ik de moderne Amerikaanse filmindustrie een beetje inschat, zal de ontvoering van de mooie Helena wel met de nodige seks gepaard gaan. De filmkeuring heeft de film niet voor niets voor 16 jaar en ouder bestemd. En als je ziet wat tegenwoordig voor alle leeftijden is, neem ik die grens serieus. Als hij me dan ook vraagt of hij de film van zijn eigen zakgeld mag kopen, ben ik onverbiddelijk.
‘Geen sprake van, die film is niet voor niets voor 16 en ouder, daar zit vast een hoop seks en geweld in.’
‘Er zit helemaal geen seks in,’ zeurt hij. Blijkbaar zijn op het schoolplein de details al besproken.
‘Maar wel geweld dus,’ houd ik voet bij stuk.
‘Nou én? Mama zei dat het misschien zou mogen. Mama, mag het nou of mag het niet?’
‘Ik was er bijna ingetrapt,’ verontschuldigt mijn vrouw zich, ‘omdat hij zei dat iedereen hem mocht zien.’
‘Dat is ook zo. Echt iedereen! En ik ben natuurlijk weer de sukkel van de klas.’
‘Dat zijn allemaal jongens met oudere broers of zussen die hem wel mogen zien en hun vaders en moeders wilden blijkbaar geen ruzie in huis, dus mochten ze meekijken.’
‘Nou, wij willen toch zeker ook geen ruzie in huis?’
‘Liever niet, alleen als het niet anders kan. En dit is zo’n geval. Jongetjes van 9 mogen geen films van 16 zien, discussie gesloten.’
Jazeker, ik sta zelf ook te kijken van mijn eigen kordaatheid. Het helpt natuurlijk dat ik vanuit een ooghoek zie dat mijn echtgenote het roerend met me eens is. Dan maar ruzie.
‘Stómmerd!’
Daar kan ik mee leven. Mijn zoon is heel erg kwaad op me en als dat dan het ergste is dat hij kan verzinnen om tegen me te zeggen, is er toch wel wat blijven hangen van de opvoeding. Ikzelf had wel andere woorden geweten.
Niettemin: ’Oppassen jongetje!’
Heel boos stampvoet hij naar boven, bij de nachtkus draait hij me zijn rug toe en zelfs de volgende ochtend wordt het ontbijt nog in wrokkig stilzwijgen genuttigd. Ondertussen word ik nog gesterkt in mijn standvastigheid door zijn juf, die ik toevallig dezelfde avond spreek omdat er 10-minuten gesprekken plaatsvinden. Zij geeft me hartgrondig gelijk.
Maar als ik ’s avonds thuiskom, blijkt de lucht ineens opgeklaard. Ik hoef maar één wenkbrauw op te trekken, en mijn vrouw kan het helemaal uitleggen.
‘Ik heb met de moeder van zijn vriend gebeld en die kan het inderdaad een beetje moeilijk verkopen omdat ze een aantal oudere kinderen heeft dat het wel mag zien. Zij gaat nu met haar zoon samen kijken en als ze vindt dat het kan, mogen wij de DVD lenen.’
Mijn zoon zit er net íets te tevreden bij.
Ik weet het niet, is dit nou gewoon inconsequent of juist diplomatiek. Het schijnt overigens wel een heel goede film te zijn.
