Een uitgave van mats bv ©

BOTER

Jaargang XIII, 4

Drie keer in de week blijft de zoon over, één keer in de week is het woensdag en één keer in de week komt hij thuis lunchen. Navraag leert dat het niet helemaal duidelijk is waarom dat zo geregeld is. Behalve de woensdag natuurlijk, daar is verder weinig aan te doen.

‘Ik vind drie keer overblijven eigenlijk wel genoeg,´ zegt mijn vrouw desnagevraagd.

‘Trouwens hij vindt het gezellig om thuis te lunchen, zeker als jij er ook bent.’

Mijn zoon daarentegen wekt de indruk dat hij het vooral voor mijn gezelligheid doet. Wat ik ook zeer waardeer. Ik realiseer me steeds vaker dat dit jaar het laatste jaar op lagere school wordt van ons laatste kind. Vanaf volgend seizoen hebben we nog alleen middelbare scholieren. Dus als het even kan, plooi ik mijn werk rond die ene dag samen lunchen.

En dat is meer dan alleen maar oergezellig, de jongen kan mij ook nog goed gebruiken. Op twee belangrijke levensgebieden kan ik hem steun, toeverlaat en inspiratie bieden: lastige oudere zussen en lastige leerkrachten. In beide ben ik ruime ervaringsdeskundige.

Daarbij let ik er natuurlijk op dat ik mijn opvoedkundige verantwoordelijkheden niet uit het oog verlies, maar mijn vrouw is er dus vaak niet bij, tussen de middag.

Deze middag komt hij met tranen in zijn ogen thuis omdat meester een opmerking heeft gemaakt nadat hij zijn opstel voor de klas had voorgelezen. We reconstrueren de opmerking en komen tot de conclusie dat meester het bedoeld moet hebben als een grap. Een misplaatste grap dan toch wel, moeten wij constateren.

‘Tja zoon,’ peins ik, ‘daar zullen wij genieën mee moeten leren leven, dat we niet begrepen worden.’

‘Zo is het maar net, vader,’ verzucht mijn zoon. Wij zijn gek op onszelf, wij worden niet graag in onze artistieke integriteit aangetast, maar voorlopig hebben we nog wel genoeg zelfrelativerend vermogen.

´Waarin worden wij dus niet graag aangetast, jongen?’

‘In onze artistieke integriteit, papa.’

Als wij zo de lucht voor onszelf geklaard hebben, kunnen we overgaan tot de orde van de dag.

‘Er is niet genoeg boter voor twee krentenbollen.’

Er zijn vier superkrentenbollen, maar wij hebben al ingeschat dat mama wel op het werk zal hebben gegeten en dochter/zuslief toch niet blieft. Dus twee krentenbollen de man. Dat helpt misschien nog beter tegen vervelende meesters dan een goed gesprek.

‘Neem jij het laatste beetje Becel dan maar en dan neem ik de Blue Band.’

‘Ga jij margarine op je krentenbol smeren?’

‘Becel is ook margarine hoor.’

‘Maar dat is wel goed voor hart en bloedvaten en niet onverzadigd of zo.’

Ik leg uit dat Bloe Bend vroeger nog gewoon Bleu Band was en dat het eigenlijk als een soort nepboter bedoeld was, eh.. als nep échte boter. En dat het ook zo moest smaken. Maar wel veel goedkoper was, wat toen nog belangrijker was dan goed voor hart en bloedvaten.

‘Nou, dat wil ik dan wel eens proberen, die nepboter.´

Meervoudig verzadigd maar danig opgemonterd gaat hij weer naar school.

Het hoeft niet altijd haute cuisine te zijn om voedzaam te zijn, noch in de lunch, noch in de opvoeding.