Een uitgave van mats bv ©

BRUILOFT

Jaargang IX, 24

Een prima Limburgse bruiloft; bruid en bruidegom die het zeker wisten, wederzijdse ouders die het er mee eens waren, zíjn broer en háár beste vriendin als getuigen, veel familie en vrienden, stralend weer en een prachtige trouwauto - die van mij - mét chauffeur - ikzelf, vriendendienst, tevens cadeau. Wat wil een jong stel nog meer? Niets, alleen misschien dat de oude auto het blijft doen, want een duwende bruid en bruidegom is natuurlijk geen gezicht, en dat de bruidstaart op tijd in de feestzaal wordt afgeleverd.

De dag verloopt vlekkeloos. Er wordt getrouwd in het stadhuis van Venlo, waar de camera van de fotograaf het laat afweten juist op het moment dat de ringen worden uitgewisseld. Geen paniek, we wachten met z'n allen gewoon even tot hij een reserve-exemplaar uit de auto heeft gehaald. Wie heeft er haast op zo'n prachtige dag? Na het stadhuis stoppen we bij het kapelletje van Onze Lieve Vrouw van Geloo, dat van bijzondere betekenis is voor de familie van de bruidegom. De maria-kaars wordt gebrand, een Limburgse zanger zingt het Ave Maria en er worden een paar mooie woorden gesproken. Daarbij natuurlijk flink wat gesnotter en weggepinkte traantjes. Als iedereen het kapelletje verlaat, steek ik ook een kaarsje aan. Dat de auto het maar mag blijven doen en voor mijn dierbaren, thuis.

De auto loopt een beetje warm en hij stottert nu en dan, maar hij houdt het vol.

'Hoe lang ben jij eigenlijk al getrouwd,' vraagt de bruidegom als het al een hele tijd stil is geweest. 'Deze maand twaalf-en-een-half jaar.'

Tegen de tijd dat het feest losbarst, ben ik al onderweg naar huis. Het bruidspaar blijft in een hotelletje in de buurt, de chauffeur mag niet drinken, hoe lekker het Limburgse bier er ook uitziet, en ik moet nog een heel eind naar huis.

Het is bij ons ook heel mooi weer geweest en we kunnen nog even bijkletsen op het terras. De kinderen kijken binnen naar een van hun vele favoriete televisieprogramma's. Zo Hollands als ze is, weet mijn vrouw een smakelijk verhaal over een goede Limburgse bruiloft wel op waarde te schatten.

'Wil je misschien een ijsje?' onderbreekt ze me ergens.

Ik schrik. Ik wil best een ijsje, lekker en gezellig, maar ik weet dat er nog maar twee ijsjes in de diepvries liggen. Van de week hebben we een pak met 6 exemplaren gekocht en toen hebben we er allemaal één gehad; nu zijn er dus nog twee over en ik was er eigenlijk voetstoots van uit gegaan dat die voor de kinderen waren.

'De kinderen zijn lekker tv aan het kijken,' zegt mijn vrouw samenzweerderig.

Ze smaken heerlijk, misschien wel extra lekker omdat ze een beetje stiekem zijn. We eten ze wel wat gehaast op, want als we ontdekt worden, zijn we natuurlijk de klos. We giechelen een beetje schuldbewust naar elkaar.

Dat houden we op deze manier nog wel twaalf-en-een-half jaar uit.