Een uitgave van mats bv ©
CIJFERLIJST
Jaargang XII, 16
Mijn zussen hebben in de boekenkast van mijn moeder zitten rommelen, omdat die mee moest naar haar nieuwe huis. Ze hebben de administratie uitgegraven om op te schonen en onder meer mijn gymnasiumdiploma en eindcijferlijst aangetroffen. Dat is leuk voor bij ons thuis. Wij mijmeren samen kort terug in de tijd aan de hand van mijn diploma.
Mijn eindexamen van middelbare school heeft nogal wat betekend bij ons thuis. Mijn zussen moeten het toch ook hebben gevoeld als een afsluiting en opluchting van een zeer lawaaierige en langdurige puberteit. Die van mij.
Het diploma is niet erg gevierd bij ons thuis, behalve door mij. Ik ben het in mijn eentje gaan ophalen bij de plechtige uitreiking. Zelfs mijn verkering was er niet, of die had ik toen toevallig niet, of die werden niet toegelaten op het destijds Bisschoppelijk College, dat weet ik even niet meer. Mijn zussen zijn in mijn herinnering in geen velden of wegen te bekennen op de dag van mijn diploma-uitreiking. Mijn ouders waren de wekelijkse boodschappen wezen doen in de stad en waren die net aan het uitpakken toen ik de straat in kwam scheuren op mijn bromfiets. Even snel een hapje mee-eten voordat we aan het eindexamenfuiven gingen, zo heette dat toen nog.
‘Kijk,’ zei ik, ‘mijn diploma.’
‘Dat zou tijd worden,’ zei mijn vader. Ik geloof niet dat hij het aanpakte. Uiteindelijk zal ik het wel aan mijn moeder hebben gegeven, of op het kastje in de vestibule hebben gelegd.
Wat mijn moeder gezegd heeft, weet ik niet meer, maar ze zal me zeker hartelijk gefeliciteerd hebben. Wat mijn vader op dat bewuste moment zei, doet het natuurlijk ook beter als jeugdherinnering. Mijn volgende diploma heeft hij niet meegemaakt, maar dat zou hij zeker hebben aangepakt.
‘Dat valt me eigenlijk helemaal niet tegen,’ zegt een zus als ze aandachtig mijn eindlijst bekijkt. Die heeft natuurlijk ook zo’n beetje haar eigen herinnering ingekleurd. Best mogelijk dat ze de lijst nooit eerder heeft gezien; dat hij ook niet erg lang op het kastje in de gang heeft liggen pronken.
‘Het is natuurlijk wel wat minder dan deze.’ Ze heeft haar eigen lijst blijkbaar ook gevonden. ‘In aanzienlijk kortere tijd behaald,’ voegt een andere lieve zus eraan toe. Ik laat het maar gebeuren, ze hebben dat blijkbaar even nodig.
‘Maar wel heel wat beter dan dit.’ Er ook een paar cijferlijsten van mijn vader boven water gekomen. Zesjes. De zin voor efficiency had ik dus blijkbaar niet van een vreemde. Mijn zussen gunnen mij mijn lolletje wel even. En ik moet zeggen: ik heb echt wel even flink gerammeld aan de poort van jeugdtrauma’s en –frustraties. Maar niemand thuis. Het is inmiddels allemaal wel verwerkt en op zijn eigen plaatsje opgeborgen.
‘Dat valt me eigenlijk helemaal niet tegen,’ zegt mijn bloedeigen dochter ’s anderendaags als ze mijn lijst ziet, die toevallig op tafel is blijven slingeren. Terwijl zij het verhaal toch consequent van één kant heeft gehoord.
‘Voorlopig is de stand 1-0,’ merk ik fijntjes op, ‘en jij bent aan zet.’
‘Zet ‘m op schat!’ klinkt het uit de keuken.
Ik kan me niet herinneren dat we van háár ooit de cijferlijst van hebben gezien. Die moet in de grote hutkoffer op zolder zitten.
