Een uitgave van mats bv ©
CLUBS
Jaargang XII, 12
Met piepende remmen en opspattend grind breng ik onze oude stationwagen vlak voor de regenton bij ons op de oprit tot stilstand. Ik hou wel van een beetje spectaculaire thuiskomst. Bovendien is het woensdagmiddag, spitsuur. Hoewel dat op woensdag eigenlijk niet de bedoeling is, hebben we allebei een zakelijke afspraak gehad en nu is het dus hollen.
Mijn vrouw staat al in de voordeur.
‘Ik ben zelf net thuis.’ Lang genoeg toch om zich in een kekke sportoutfit te hullen.
‘Ik breng haar nu even naar streetdance en zelf ga ik dan ondertussen even naar de sportclub.’
Zij doet dat geheel vrijwillig en ze slaagt er in het vrijwel waardevrij en neutraal te laten klinken. De dochter klimt alvast in de auto. Haar streetdance-outfit is zo mogelijk nog kekker dan die van haar moeder.
‘Jij moet de jongen afhalen van hockeytraining en er is geen bier meer.’ Tijdens die laatste opmerking is het alweer gedaan met de neutraliteit als haar blik een halve meter naar beneden zakt.
‘Ik heb gehakt uit de diepvries gehaald. Moet je maar even kijken.’ Van neutraal naar demonstratie: haar blik blijft rond mijn middel rusten.
‘We eten vanavond macaroni met gehaktballetjes.’ Ik kan het niet laten.
‘Hoe was het in Amsterdam?’ informeert ze nog naar mijn afspraak door het open raam van de auto, terwijl ze zachtjes achteruitrijdt de oprit af.
‘Papa, ik had nul fouten voor de geschiedenistoets,’ roept mijn dochter van de achterbank. Goed om te weten, want die had ik haar nog zelf overhoord.
‘O ja, bijna vergeten: vanavond om acht uur komt de kascommissie van Pro Musica.’
Geheel tegen mijn advies in is ze toch weer penningmeester geworden van iets. Een zangkoor dit keer. Daar zal iets van frustratie bij zitten. Zelfs haar eigen vader, die toch zielsveel van haar gehouden heeft en mateloos trots op haar was, vroeg haar vroeger om tijdens de kerstvolkszang in Haarlem, iets zachter te zingen.
Het komt niet eens slecht uit. Als zij de kascommissie heeft, kan ik net zo goede even doorwerken vanavond als de kinderen naar bed zijn. Het betekent wel dat ik de gehaktballetjes voor mijn wijd en zijd bekende overheerlijke macaronischotel alvast moet maken voordat ik de zoon ga halen, anders moet de kascommissie helpen met afwassen.
En dat is dan woensdag.
Maandags hebben de kinderen tennistraining, voor het eerste seizoen zitten ze samen in een team. Dinsdag heeft de dochter eerst tekenles en dan ballet. Beide dagen kan mijn vrouw het alleen opknappen, want dan heb ik een klus een flink eind uit de buurt. Donderdags niks en vrijdag tot voor kort nog wintertennis in de zaal. Dochterlief heeft binnenkort bovendien nog een voetbaltoernooi, waarvoor ze in training ligt. Nog een gelukje dat haar broer aan dat toernooi niet meedoet omdat hij in een gemengd team dreigde te worden ingedeeld.
Het is druk en onze agenda kraakt soms in zijn voegen. Maar we spreken elkaar meestal nog wel onder het avondeten.
En dan moet ik ook zelf nog twee of drie keer in de week naar de sportclub. Op zondagochtend meestal.
Vrienden en zussen die eerder in de kinderen zaten dan wij, hebben ons gewaarschuwd voor de clubjes-dictatuur. Maar vreemd genoeg zijn we nog het meest gewaarschuwd voor de vroege zaterdagochtend langs het voetbal-, c.q. hockeyveld. Onbegrijpelijk. Neem afgelopen zaterdag. De zoon speelde uit en ik hoefde niet eens te rijden, maar ben toch meegegaan naar een afgelegen sporterrein aan de rand van Utrecht. Voor de gezelligheid en omdat ik een door de tegenstanders gevreesd supporter ben. Bij een ruststand van 1 – 6 brak een vriendelijk lentezonnetje door en ben ik de aandacht en tel een beetje kwijtgeraakt. Ik ben koffie gaan halen voor de andere vaders en moeders die voor de gezelligheid waren meegereisd en heb me verder beperkt tot een incidentele aansporing van ons team in het algemeen en onze zoon – teamtopscorer – in het bijzonder en wat lichte correcties van de scheidsrechters.
1 – 13 – of – 14 is het uiteindelijk geworden en ik had het voor geen goud of vrije tijd willen missen.
