Een uitgave van mats bv ©

COMPLOT

Jaargang XI, 24

‘We hebben drie jongens en één meisje,´ zegt een boodschap op mijn voicemail. Ik had wel gezien dat ´thuis´ belde, maar het komt niet altijd gelegen, af en toe moet er ook gewerkt worden, en het is ook niet altijd even belangrijk.

´Hallo papa, met mij, mag ik even mijn MSN checken op jouw laptop, of heb je die bij je?’

Voor niet digitaal ingewijden: dat betekent dat zijn zus op de huishoudcomputer bezig is en dat hij even elektronisch wil kletsen, ‘chatten’, met zijn vrienden en dat wil hij op mijn draagbare computer. Die ik natuurlijk gewoon bij me heb op mijn werk. Een volstrekt overbodige boodschap, al met al.

Voor niet in de eigenaardigheden van ons gezin ingewijden: de eerste boodschap gaat niet over de samenstelling van ons gezin. Wij hebben één meisje en één jongen, en hooguit met een beetje goede wil, twee meisjes en twee jongens. Het gaat over ons nest poezen. Wat een huishoudelijke boodschap lijkt, is in feite een onheilspellende mededeling. Wat allebei overigens nog niet wil zeggen dat het op mijn zakelijke voicemail thuishoort. Ik vraag me toch wel eens af of de vrouw van JPB hem ook op zijn mobiele telefoon belt met dit soort trivialiteiten terwijl hij het land aan het regeren is. Denk het eigenlijk wel.

In de markt voor kleine katten, kittens noemen wij dat, zijn poesjes aanzienlijk populairder dan katertjes. Wij hebben geen idee waarom, maar wij hebben natuurlijk weer drie katertjes en één poesje. Dat zijn we overigens te weten gekomen via de juf van onze zoon. Die doet zelf vrolijk mee aan die sexe-discriminatie, want ze wil eigenlijk alleen maar twee poesjes en die was dus uit een soort van eigenbelang erg geïnteresseerd is de geslachten van ons nestje.

In dat licht moet ook de merkwaardige foto worden gezien die ze de jongen meegaf, van verschillende kattenkonten met pijltjes wijzend op de details onder de staart waar het om gaat. Maar goed dat ik niet te preuts ben uitgevallen. Ik geloof dat juf naderhand voor de zekerheid ook nog zelf is komen kijken, maar daar was ik niet bij; anders had het resultaat me ook niet op de voicemail hoeven worden meegedeeld.

Behalve juf liggen nog talloze anderen op hun buik in onze garderobekast. Laatst hadden we nog een hele delegatie van Netwerk, jazeker, dat televisieprogramma. Buiten werktijd weliswaar, maar toch.

Dus voorlopig houd ik goede moed dat we alle katjes uit huis kunnen plaatsen.

Jazeker, die strijd woedt nog omdat nog niet iedereen het onvermijdelijke heeft geaccepteerd. En ik heb een onverwacht medestander.

Niet mijn vrouw natuurlijk: ‘Hou mij alsjeblieft buiten die discussie.’

Veronachtzaamd, vergeten bijna en verwaarloosd sjokt met hangende schoudertjes door ons huis en de buurt, onze herinnerings-kater Blanco. Die blijft ver uit de buurt van het gefriemel in onze kast en als hij er aan zijn haren wordt bijgesleept, lijkt hij te worden bevangen door pure verbijstering bij het aanschouwen van zo’n piepend druktemakertje.

Als stiefvader totáál ongeschikt, benadruk ik tijdens de discussies aan onze gezinstafel. En ik vraag me hardop af of ik de kat niet steeds magerder zie worden en dat ik hem vannacht zachtjes en klagerig heb horen miauwen achter in de tuin, hebben jullie dat ook gehoord?

Ik heb het idee dat Blanco in de gaten heeft dat we hier een gezamenlijk belang hebben, want hij wrijft steeds langs mijn benen, zijn witte haren op mijn zwarte broek.

Wie had dat gedacht: dat witte mietjeskatertje en ik samen in één complot.