Een uitgave van mats bv ©

DE BEER

Jaargang VII, 25

'Meissie kom eens hier. Wat is dit?'

'Dat is een beer pappa.'

Ja, dat zie ik ook. Het is een vuistgroot beeldje van een beer die op zijn dikke kont zit. Uitgezakte buik, achterpoten een beetje uit elkaar, voorpoten uitgestrekt alsof hij naar een pot honing reikt, zijn schouderbladen tekenen zich duidelijk af. Zijn kop heeft wat weg van de beer Baloe uit Jungle Boek, maar deze kijkt duidelijk valser uit zijn ogen.

'Heb jij dit gemaakt?'

'Ja, mooi hè?'

Nou heb ik sinds de crèche een lange traditie van het mateloos bewonderen en toejuichen van de artistieke prestaties van mijn eigen kinderen, maar soms valt zelfs mij de mond open.

'Meisje toch, mooi is het woord niet, ik vind het práchtig.' En daar is geen woord opvoedkundige overdrijving bij.

'Heb je dat in een vormpje gekleid?'

'Nee hoor, gewoon met mijn handen en een stokje voor de ogen.'

'Heeft juf je dan geholpen?' Ik kan het haast niet geloven.

'Nee, juf heeft het eerst voorgedaan vanaf de beer van Marousja en toen heeft ze de klei weer op een hoopje gedaan en toen heb ik het zelf uit mijn hoofd nagedaan.'

'En wat zei juf toen?'

'Dat het heel goed was, vooral de neus. Niet zo spits en de mond een beetje open. Alleen jammer dat hij een beetje te hard gebakken is in de oven. Eigenlijk is hij veel te donkerbruin.'

'Nou volgens mij is hij precies goed zo. Mag ik hem hebben, dan krijgt hij een ereplaatsje bij pappa op kantoor.'

Ik zie wel vaker bij collega's goedbedoelde en leuk geprobeerde tekeningen en knutsels van hun kinderen. Ik ben daar tot nu toe nooit aan begonnen. Maar dit is van een geheel andere orde.

'Nee.'

'Pardon?'

'Nee pappa, liever niet.'

'Maar dan kan pappa bij zijn collega's lekker opscheppen over zijn knappe dochter.'

'Maar dan kan ik hem zelf niet meer zien.'

'Dan maak je toch een nieuwe.'

'Dan moet jij eerst speciale klei kopen die je kan bakken en koken.'

'Dat vragen we wel aan juf.'

'Ja maar de handwerkjuf gaat bijna met pensioen, dus dat is wel een beetje moeilijk hoor pappa.'

'Waar hebben jullie het over,' komt mijn vrouw het gesprek binnen. 'O ja, dat beertje, leuk gedaan hè?'

'Nou, dat is nog zachtjes uitgedrukt. Ik vroeg of ik hem mocht hebben voor op kantoor.'

'Hoe kom je daar nou bij? Die beer blijft gewoon hier op de schoorsteenmantel, zodat we hem allemaal kunnen zien.'

'Zal ik voor jou dan een hele mooie tekening maken pappa, dan kun je die op je werk ophangen.'

Dat is natuurlijk ook heel lief, maar ik had liever die beer gehad.