Een uitgave van mats bv ©
DE VERRASSING
Jaargang VIII, 45
Meteen na de verjaardag van mijn dochter, wordt de verjaardag van mijn zoon onderwerp van gesprek. Want hij is nu de volgende die jarig is. In de maandenlange voorbereidingen op deze heuglijke dag, krijgen we het op een gegeven moment tijdens een werklunch over kadootjes.
'Ik weet het niet hoor,' zegt mijn vrouw, 'jullie hebben al zoveel spullen, je hebt niet eens tijd om overal mee te spelen. Ik weet bijna zeker dat je zus zich niet eens meer alle kadootjes van haar verjaardag kan herinneren.' Dat is misschien niet de handigste aanpak. Feilloos en zonder haperen geeft mijn dochter een nauwkeurige opsomming van alle kadoos die ze twee maanden geleden heeft ontvangen en van wie.
'...en twee hoepels.' Ze heeft niets en niemand gemist.
Het verlanglijstje van de jongen is niet erg lang, temeer daar hij een zeer donkerbruin vermoeden heeft wat hij van ons krijgt. Een computerspelletje natuurlijk. We hebben namelijk een halve middag is voor het computerspelletjesrek in de speelgoedwinkel gestaan en toen hij eindelijk een spelletje had uitgezocht, werd hij vooruitgestuurd met zijn moeder. De bedoeling was dan dat ik stiekem vast dat spelletje zou kopen. Maar hij ontsnapte aan mijn vrouw en kwam terug om te zien waar ik bleef. Maar hij weet het niet zeker, want het was al ingepakt.
'Heb je het nou gekocht of niet, pappa?'
'Ik zeg niet ja en ik zeg niet nee, want anders is het geen verrassing.'
'Dan is het ja,' denkt hij hardop, 'want anders is het geen verrassing.'
'Of misschien juist niet,' sticht ik verwarring, 'want anders is het geen verrassing meer.'
Ook met de tante die via de telefoon informeert wat hij wil hebben, schiet het niet erg op. Technisch Lego en Deel Vier van Harry Potter kan ze nog volgen, maar bij 'glow-in-the-dark-Memory' haakt ze duidelijk af. 'Geeft niets,' zie ik aan het gezicht van mijn zoon, 'twee van de drie is niet slecht. En het moet wel een verrassing blijven.' En van oma komt ook nog altijd wat.
'Het is wel veel erger om een kleiner broertje of zusje te hebben. Niet zo klein als hij, nee, nog veel kleiner.' Dat is de bijdrage van mijn dochter aan de gezelligheid. En ze bedoelt het aardig, want ze wil eigenlijk zeggen dat ze het zo heel genoeglijk vindt en dat haar broer zelfs in haar ogen toch eigenlijk tot de groten begint te horen.
'Heeft deze maand eigenlijk 30 of 31 dagen?' wil laatstgenoemde nog weten.
Dan duurt het nog drie lange weken. En nog twee weken voordat onze dochter respons krijgt op haar aardig bedoelde bijdrage. We bespreken dan waar zij zolang moet worden ondergebracht tijdens zijn partijtje.
'Misschien wil jij wel meegaan op het partijtje,' oppert zoonlief
'Dat zou ik heel gezellig vinden,' reageert mijn dochter aangenaam verrast.
'Ik ook,' zegt haar broer.
