Een uitgave van mats bv ©
DE KALE JONKER
Jaargang XI, 6
We moeten naar een piano-uitvoering van onze zoon. Het begint op zondagmiddag half vijf precies. En als juf op de uitnodiging schrijft ‘half vijf precies’, zit het om tien over vier tjokvol in de afgehuurde locatie, een beetje een merkwaardig kerkje in een naburig dorp. Uitgevoerd wordt het muziekstuk ‘De Kale Jonker’ dat bestaat uit maar liefst drie boeken. De zoon zal glanzen in boek drie. Het zou me niet verbazen als we vanavond de eerste wedstrijd van Studio Sport missen.
Omdat wij moeten, moet de dochter ook.
‘Ik blijf thuis! Hij was ook niet bij mijn voorleeswedstrijd.’
‘Jij gaat mee! Wij gaan altijd naar elkaars voorstellingen.’
‘O ja? En die voorleeswedstrijd dan? En laatst mijn balletvoorstelling, daar was hij ook niet bij.’
‘Jij gaat mee, discussie gesloten. Jas aan, schoenen aan, we gáán.’ Even een staaltje hogeschool-opvoeden tussendoor.
Het stuk wordt gespeeld door leerlingen van zijn piano-juf en leerlingen van twee van haar collega-muziekleraren, generatiegenoten. De schrijfster/componiste is vandaag zelf aanwezig bij de uitvoering en een andere mevrouw leest het bijbehorende sprookje voor. De muziek wordt begeleid door lichtbeelden uit een vooroorlogse diaprojector, die wordt bediend door de oudste zoon van de eerste eigenaar.
De stoelen van het kerkje blijken uiteindelijk keihard. Gelukkig zitten we een beetje achterin, vlak bij de tafel met snoepjes en koekjes voor in de pauze. Als juf gezien zou hebben dat we daar aangezeten hadden!
Onze zoon speelt zijn stuk luid, strak en vlekkeloos. Het heet ‘Reintje de Vos’ en het doet me denken aan strafwerk op kostschool. Als je daar de klas werd uitgestuurd, moest je op zaterdagmiddag komen overschrijven uit het middeleeuwse ‘Van den vos Reynaerde’. Ik ken de eerste paar honderd verzen van dat boek nog steeds uit mijn hoofd.
Het wil niet echt swingen vanmiddag, qua muziek. De changementen tussen de drie boeken verlopen echter soepeltjes en met strakke hand geleid, dat wel, en de dia’s verschijnen precies op tijd.
Ergens hebben wij het idee dat het leuker zou moeten kunnen, maar dat kan komen omdat wij die vreselijke uitbrander van een paar weken geleden nog niet kunnen vergeten, ook al probeert juf op allerlei manieren om het goed te maken. Wij oefenen ons sindsdien dagelijks een slag in de rondte, maar de jongen heeft ons van de week nog maar eens er aan herinnerd dat hij uitsluitend zijn plicht doet en na de zomervakantie ‘er af’ wil.
‘Wat zullen we doen met eten?’ vraagt mijn vrouw als we thuiskomen. Onderweg in de auto is niet veel gesproken.
‘Pizza bestellen!’ Onze zoon roept het zonder erbij na te denken en loopt ondertussen naar de televisie, we zijn op tijd voor Studio Sport. Maar dan blijft hij opeens stokstijf staan en draait zich langzaam om. Ongeloof in zijn ogen. Zijn blik schiet van mij naar mijn vrouw. We hebben niet nee gezegd, zoals gebruikelijk. Mág het, of houden we hem voor de gek?
‘Dat is goed hoor jongen’, zegt mijn vrouw.
‘Yés! Eindelijk mag het een keer! Ik had heus wel in de gaten dat het afgesproken werk was van jou en papa hoor.’
Nou én? Dat maakt de verrassing toch niet minder groot.
Misschien bedoelt pianojuf het anders, maar wij vinden het wel een keer opvoedkundig verantwoord om cultuur te stimuleren via culinair avontuur.
