Een uitgave van mats bv ©

DE KINDERBAKKERIJ

Jaargang VIII, 38

Na een dag rondrommelen en vies worden in huis en tuin gaan we achter elkaar onder de douche. Eerst ik, zodat ik buiten de douche klaar kan gaan staan met een handdoek om ze een voor een af te drogen. Behalve mamma natuurlijk, die kan dat al helemaal zelf. In volle dankbaarheid en warme tevredenheid kan ik naar die puntgave lijfjes kijken; sommige mensen hebben alle geluk.

'Mamma, wat hebben we toch een mooie kindjes gebakken,' zeg ik wat sentimentelig tegen mijn echtgenote, terwijl ik ook vooral goed achter de oren afdroog.

'Niet wíj, mamma heeft ons gemaakt hoor,' meent dochter wijsneus.

'Párdón?!' Ik ben niet speciaal een mannelijke chauvinist, maar het gaat me toch te ver om de rol van de man in de voortplanting zo totaal te ontkennen. 'En wie z'n zaadjes heeft mamma daar dan voor gebruikt, als ik vragen mag?'

'Ja,' zegt mijn zoon die ook wel zo ongeveer weet waar de klepel hangt, 'dan komen pappa z'n zaadjes in mamma's buik en dan groeien wij daarin.' Hij wappert daarbij een beetje onduidelijk met z'n handen. Wij hebben het principe zo'n beetje uitgelegd, voor de precieze technische details lijkt het ons wat vroeg.

'Precies!' zeg ik, nog steeds een beetje quasi verbolgen, 'zonder pappa's geen kindjesbakkerij.'

'Doet dat eigenlijk pijn, pappa?' vraagt mijn dochter na een kleine nadenk-pauze. Dan gaan bij mij tegelijk alle alarmbellen en sirenes af; waarom vraagt zo'n kind zoiets?

'Waarom denk je dat, meisje?' vraag ik zo langs mijn neus weg mogelijk. Tegelijkertijd probeer ik verontruste signalen naar mijn vrouw te sturen; je leest zoveel enge dingen en je mag dan wel niet meteen het ergste denken, maar moet toch altijd alert blijven als ouder.

'Nou, het kind heeft natuurlijk wel ogen in haar hoofd,' zegt mijn vrouw fijntjes. Zij is in het dagelijkse leven zeker niet minder alert dan ik. Onwillekeurig sla ik een handdoek om.

Nou zijn wij bij ons thuis niet speciaal preuts uitgevallen en ik heb de handboeken er niet op na gelezen, maar waarschijnlijk is dit een mooie gelegenheid om er eens over te beginnen. Maar aan de andere kant, het kind is net acht jaar geworden en het is naar mijn gevoel gewoon te vroeg om te techniek door te nemen.

'Welnee, dat doet helemaal geen pijn. Integendeel, als je veel van elkaar houdt, is dat juist heel fijn en plezierig.' Ik zie vanuit mijn ooghoek mijn vrouw instemmend knikken. Het is prettig als je het over de belangrijkere opvoedkundige zaken zonder overleg vooraf eens bent. Tegelijkertijd zie ik mijn zoon de aandacht verliezen, het wordt hem allemaal een beetje te soft en te vaag.

'Maar daar kom je vanzelf nog wel achter als je oud genoeg bent.'

'Hoe oud?'

'Een jaar of twintig,' meent mijn vrouw.

Dat lijkt mij ook een veilige marge en voor die tijd zal het onderwerp nog wel een keer ter sprake komen.