Een uitgave van mats bv ©

DE LAATSTE KERMIS

Jaargang XI, 19

Bij ons in de stad is de kermis in dezelfde week als Koninginnedag. Dat is enerzijds handig omdat je dan op de kermis het geld kunt uitgeven dat je op de vrijmarkt hebt verdiend, anderzijds onhandig omdat er op Koninginnedag zelf talloze andere manieren zijn om van je geld af te komen. En bij ons ligt het natuurlijk allemaal nog net wat ingewikkelder, het zal u niet verbazen.

De vrijmarkt, om te beginnen, was dit jaar een grote sof. Terwijl we meteen na de Koninginnedag van vorig jaar begonnen zijn met het verzamelen van mogelijke handel. Vorig jaar hadden we waardeloze spullen, maar een mooie omzet, dit jaar hadden we de spullen die we vorig jaar niet waren kwijtgeraakt en nog wat rommel van vrienden die zelf te beroerd waren om voor dag en dauw op te staan en daarom op vakantie waren gegaan met achterlaten van een paar verhuisdozen en dus navenant beroerde handel.

Aan het eind van ochtend hadden we zegge en schrijve 10 Euro’s in ons geldbakje. Dat was dan wel netto, dus de kopjes koffie en limonade, de rood-wit-blauw-en-oranje schminck, het oranje opblaaskroontje, de stroopwafels en de deelname aan allerlei flauwekul spelletjes waren toen al betaald. De versnaperingen en de attracties op het pleintje waar we daarna traditioneel naar toe gaan echter niet.

Maar dan nog, een tientje gedeeld door vier, stelt op een moderne kermis helemaal niks voor. Bovendien werkt het bij ons niet zo. Waar de inkomsten altijd eerlijk verdeeld worden, worden de uitgaven meestal gedeeld door één. Een van de vele hoofdstukken in het opvoedboek die we nog niet helemaal uit hebben.

Probleem is een beetje dat ikzelf nu eenmaal gek ben op de kermis. Dat tref je niet vaak aan bij volwassen mannen en het moet te maken hebben met mijn opvoeding. Mijn ouders vonden kermis namelijk enorme flauwekul en geldverspilling. Waarschijnlijk hadden zij het desbetreffende hoofdstuk wel gelezen, want als wij toch wilden, dan moesten we het zelf betalen van onze zuurgespaarde centjes.

Dat zal ook de reden zijn dat ik het prettig vind dat mijn vrouw meegaat. Het doet me zo leuk aan mijn jeugd denken als zij ons voorrekent hoe duur de foto is betaald die ik heb geschoten in de fotoschietsalon en hoe weinig het knuffeltje in de winkel kost, dat Simon bij elkaar ballengooit. Grappig is dan weer dat al dat verstand uit haar lijkt te varen als we in de snoeptent zachte nougat moeten aanschaffen. Ik roep dan dat ik zo hard werk om op de kermis lekker met geld te kunnen smijten en zij zegt dat ik behalve mijn oude auto nog genoeg kansen heb ik de loop van het jaar.

Onze dochter is er niet bij deze keer. Die moest kiezen tussen naar de film met een vriendin en die haar ouders en de kermis en ze koos voor de film. Dat is goed. Ze was trouwens al geweest met diezelfde vriendin en haar vader. Een merkwaardige actie, waarvan ik maar niets heb gezegd, omdat die man wellicht niet weet hoe belangrijk de kermis voor mij en mijn gezin is.

Mijn zoon is er natuurlijk wel bij en mijn vrouw dus gezelligerwijs ook.

Bij de schiettent maken we met z’n tweeën een omzet die de hele week voor die salon goedmaakt en bij de snoepkraam vullen we, dieet of geen dieet, een kloeke plastic tas. Maar wél onze traditionele schietfoto en wél die unieke zachte kermisnougat. Jammer dat de kop-van-jut nog niet open was, want daar maak ik me ook altijd graag even belachelijk.

Terwijl we hand in hand achter onze zoon aansjokken, realiseren we ons dat het wel eens onze laatste kermis zou kunnen zijn. Bij de botsautootjes, bij het spookhuis en onder de bloedstollende levensgevaarlijke nieuwe attractie, overal zien we veel te uitdagend geklede meisjes van – pakweg - 12 en ietsje ouder sjansen met veel te opdringerige grijpgrage jongetjes. En ik heb een dochter van bijna 11.

‘Volgend jaar mogen we misschien wel niet meer naar de kermis,’ zegt mijn vrouw hardop wat ik zachtjes denk, ‘want dan komen we haar tegen en dat willen we niet.’

‘Kwestie van afspraken maken,’ meen ik, want ik wil noch de kermis, noch mijn dochter zomaar prijsgeven.