Een uitgave van mats bv ©
DEPRESSIE
Jaargang IX, 7
Het is deze week al de tweede keer dat ik naar boven moet om mijn dochter te troosten. Vandaag huilt ze omdat ze niet kan slapen, vorige keer was het zo maar nergens om en een week geleden was het mis op balletles. Nou kan het best gebeuren dat je eens moet huilen om niks, dat is ook helemaal niet erg, dat lucht zelfs wel eens lekker op, maar het is nu al een paar dagen achter elkaar en we weten niet waarom. We dachten dat we wisten waar het aan zou kunnen liggen. Samen met haar beste vriendin heeft ze ruzie met haar andere beste vriendin en dat kunnen ze met z'n drieën niet zo goed oplossen en zoiets kan je natuurlijk heel dwars zitten. Maar ze zegt dat het dat niet is. Misschien is het nog wel een winterdepressie of al een voorjaarsmoeheid. Daar heb ik zelf altijd nogal last van en wie weet is dat besmettelijk of zelfs erfelijk.
Misschien heeft ze het gewoon te druk. We zien een campagne op de televisie dat kinderen het vaak net zo druk hebben als volwassenen. Mijn vrouw is niet gek op die campagne, ze houdt er niet van als iemand van de regering zich met onze opvoeding bemoeit.
'Wat moeten ze dan,' vraagt ze zich dan af, 'lekker achter de TV of de spelcomputer hangen?' Maar wij lassen natuurlijk ook regelmatig een dagje met niks in. Dat ze lekker rustig naar een cd van Harry Potter luisteren, een puzzel met 1000 stukjes oplossen of een heel boek uitlezen.
Menig goed gesprek tussen moeder en dochter heeft al plaatsgevonden, maar het komt er niet uit. Laat pappa het dan maar eens proberen, ik lig hier toch tranen te drogen.
'Wat is er toch met je meisje?' Goed, dat is misschien niet de sterkste opening, maar we zijn wel in gesprek.
'Ik weet het ook niet pappa.'
'Heb je soms ruzie met je beste vriendin? Met je vriendje? Wil je het eigenlijk goedmaken met je andere vriendinnetje maar weet je niet hoe dat moet? Heeft een volwassene vervelend tegen je gedaan, of iets gedaan wat je niet wil? Zijn er problemen op school, heb je ergens pijn?'
Allemaal nee.
'Moet ik soms ophouden met allemaal stomme vragen stellen?'
De eerste keer ja. Maar zo makkelijk laat ik me niet afschepen.
'Is het nog leuk op ballet?'
'Heel leuk.'
'Ga je niet graag naar tennis?'
'Ik ga juist heel graag naar tennis.'
'Word je soms te moe van paardrijden?'
'Nee pappa, dat doe ik juist het allerliefste.'
En nu we het daar toch over hebben: 'Weet je pappa, vorige keer was ik met Krokus aan het galopperen en toen sprong hij ineens onverwacht over een kip. En ik ben er niet afgevallen, maar ik heb lekker wel gesprongen.'
Er valt gelukkig af en toe ook nog wel wat te lachen.
