Een uitgave van mats bv ©

DEPRESSIE

Jaargang IX, 40

'Dat staat je goed, papa,' zegt mijn dochter, die heeft opgemerkt dat ik me heb omgekleed om in de tuin te gaan werken. Ze neemt me goedkeurend van top tot teen op.

'Dank je wel schat, aardig van je om te zeggen.' Het is een pleit dat ik met de tijd en met rasse schreden aan het verliezen ben, maar zolang mijn dochter nog vindt dat ik er goed uitzie in een korte broek en verschoten t-shirt, koester ik dat. En zo koek en ei als momenteel tussen ons is het ook niet altijd. Ze richt haar aandacht alweer op een knutselwerkje; ze maakt een kaart om te bedanken voor een feestje waar ze is geweest. Later op de middag zal ik haar nog in haar eentje met tennisbal en racket tegen de garagedeur zien oefenen. Vanochtend heeft ze met twee vriendinnen voor de spiegel een nummer van Atomic Kitten geplaybackt, nadat ze eerst hun haren op dezelfde manier met kraaltjes hadden ingevlochten.

Daar komt de zoon aansjokken met zijn moeder, die hem heeft opgehaald bij een vriendje. Hij mokt omdat hij op zijn kop heeft gehad omdat hij het vriendje had geschopt.

'Maar jij hebt gezegd dat ik mocht terugschoppen als ik geschopt werd.'

'Ik heb gezegd dat je niet op je kop moet laten zitten, dat is niet precies hetzelfde,' zeg ik schijnheilig.

Mijn zoon mokt vaak en krijgt vaak op zijn kop momenteel. De jongen heeft het eigenlijk met iedereen aan de stok en nog wel het meest met zichzelf. Samengevat komt het erop neer dat hij altijd overal de schuld van krijgt, ook al heeft zijn zus het gedaan, dat laatstgenoemde altijd mag doen wat ze wil en dat hij altijd dingen moet doen die hij niet wil zoals piano oefenen als hij net naar een leuke tekenfilm kijkt. Hij wil nóg een boterham of een snoepje als we net gegeten hebben. Hij wil televisie kijken, op de computer of de Nintendo of de Gameboy en anders niks. Mag hij nog iets drinken? Een ijsje? Wil een modelbouw auto in elkaar zetten als ik net naar een afspraak moet, naar de bioscoop als we op het punt staan om te gaan eten. Er zijn niet veel jongetjes van zeven-driekwart waar zo vaak 'nee' tegen wordt gezegd als tegen onze zoon. En zijn been doet heel erg zeer want daar heeft dat vriendje tegen geschopt. Nee, de pijn zit van binnen en je kunt er niks aan zien en ik vind zeker weer dat hij zich aanstelt.

We laten het maar wat pruttelen en ik ga het gras maaien.

'Papa zullen wij een stukje gaan rijden in jouw oude auto?' Ik heb net mijn eerste baantje in het gras getrokken als de jongen op zijn sokken naar buiten komt, wat eigenlijk niet mag.

Soms moet je het juiste knopje op het juiste moment indrukken. Ik ga mijn sleutels zoeken, er zijn belangrijker dingen dan het gras maaien.