Een uitgave van mats bv ©
DISCUSSIE
Jaargang XII, 43
‘Eigenlijk vind ik het een beetje eng om alleen door het donker naar huis te komen,’ speelt mijn zoon op mijn gemoed.
Nu kunnen we mooi zien dat ik in de loop der jaren toch een heel eind gekomen ben als opvoeder.
‘Niet aanstellen,’ zeg ik achteloos en ga gewoon door met waar ik mee bezig was, een voedzame maaltijd voor mijn gezin bereiden. Hij heeft tegenwoordig weer een keer in de week aan het eind van de middag pianoles. Wij brengen hem om zeker te weten dat hij op tijd komt en na afloop komt hij dan zelf naar huis lopen, drie of vier straten ver en heel goed uitkijken voordat hij de drukke randweg oversteekt. Tegen die tijd is het in deze tijd van het jaar inderdaad al donker. Maar het gaat niet om het duister, het gaat om de pianoles. Leer mij onze zoon kennen.
Pianoles is zo langzamerhand de toetssteen van onze opvoedkunde. Verschillende principes botsen hier met elkaar. Principe 1: het leven is niet alleen maar feest, sommige dingen móeten omdat wij dat zeggen. Principe 2: als je ergens aan begint, moet je het ook afmaken. Principe 3: als je het echt geprobeerd hebt en je vindt het dan nog niet leuk, dan mag je er af. Principe 4: als zij wel van tekenen af mag, wil dat nog niet zeggen dat hij ook van piano af mag. Principe 5: later zul je blij zijn dat we je overgehaald hebben, c.q. gedwongen hebben vol te houden. Principe 6: het geld groeit ons niet op de rug en we hebben die piano niet voor niets aangeschaft.
Ruim een jaar geleden mocht hij – tot wederzijdse tevredenheid - ophouden met pianoles bij de juf die gepensioneerd was van muziekschool maar thuis nog een paar leerlingen les wilde geven. Die twee lagen elkaar duidelijk niet. Dat lag overigens maar voor de helft aan die juf, want de ex-vriendin van mijn zoon, die ook al jaren les van haar heeft, speelt inmiddels een heel aardig moppie op de piano. Maar eerlijk gezegd vonden wij ook dat juf misschien net iets meer moeite had kunnen doen om zijn handvatje te vinden. We hebben toen met hem afgesproken dat hij een jaartje pauze mocht nemen maar dat hij het daarna nog een keer serieus zou proberen, maar dan met een andere leraar.
Via, via kenden we nog een behoorlijk excentrieke muziekleraar met aanzienlijk meer rock ‘n’ roll en swing. Nota bene dus drie straten bij ons vandaan. De leraar en hij liggen elkaar aanzienlijk beter, al was het maar omdat ze elkaars muziekvoorkeuren begrijpen, maar tussen de piano en de zoon botert het nog niet echt. Vindt hijzelf tenminste, want wij vinden het af en toe al heel aardig swingen.
Het zijn niet de gemakkelijkste gevechtjes en mijn lieve zoontje voelt natuurlijk op zijn klompjes aan dat er barstjes in het opvoedpantser komen. Vandaar het zielige bang-in-het-donker-verhaal, terwijl hij feitelijk voor de duvel en zijn mallemoer nog niet bang is. Alhoewel hij natuurlijk ook pas 11 is en het ook een donker stuk is en een drukke weg om over te steken. En we weten allemaal dat meer vrije tijd, meer spelcomputer betekent.
Over de psychologische boeg dan maar.
‘Als jij later de showbizz in wil, kan het geen kwaad om een beetje een instrument te kunnen spelen.’
‘Maar ik wil acteur worden.’
‘Dat geldt ook voor acteurs. Dat is meer dan alleen maar gekke bekken trekken.’
‘Dan word ik nog liever regisseur.’
Jammer dat bij intelligente kinderen de gesprekken vaak zo moeten eindigen.
‘En toch blijf jij voorlopig lekker op pianoles jongetje, discussie weer gesloten.’
Aan tafel.
