Een uitgave van mats bv ©

EEN GEWONE DAG

Jaargang VIII, 42

Wij zijn natuurlijk meestal een buitengewoon spannend gezin omdat we altijd verschrikkelijke avonturen beleven, maar een gewone doordeweekse dag is bij ons dan ook zo gewoon dat je hem bijna kunt uittekenen. 's Morgens staan we in een vaste volgorde na elkaar op, met wisselende humeuren. Eerst komen we elkaar allemaal tegen in de badkamer, waar het steeds meer dringen en duwen wordt en dan aan de ontbijttafel. Daar eten we naar believen een bruine boterham met beleg naar keuze, een yoghurtje of een fruitontbijt. Allemaal reuze-spannend. Meestal zijn we dan op tijd voor school, want als we te laat zijn moeten we de volgende dag om acht uur komen en dat zou pas echt een ramp zijn. De kinderen blijven soms over en soms niet, mijn vrouw werkt meestal halve dagen en ik meestal hele dagen. Als ik 's avonds dan thuiskom is er meestal lang genoeg op de Gameboy gespeeld, is er al piano geoefend, met de Barbies gespeeld of een clubje bezocht. Het eten is bijna klaar omdat ik vanuit de auto gebeld heb dat ik er aan kom en de kinderen zitten op de bank omdat ze nog heel even televisie mogen kijken. Soms gaat het allemaal anders, maar meestal gaat het zo en ik denk wel eens dat we niet zoveel verschillen van al die andere buitengewoon spannende gezinnen.

'Hallo schat, hoe was het op de zaak? Hallo jongens, hoe was het op school?'

Mamma vlug een kus, want we spreken elkaar wel na de afwas en even naar de verhalen van de dag luisteren. Beetje stoeien met mijn zoon en vandaag blijkbaar extra knuffelen met mijn dochter. Ik moet een stukje van de bank af gaan staan en dan springt ze van daar in mijn armen. Klemvast en niet meer loslaten. Ik loop een beetje wiegend met haar rond: 'Soesa, meisje, soesa.' Opeens voel ik dat mijn overhemd nat wordt op mijn schouder. Ik kijk mijn vrouw vragend aan, maar die heeft ook geen idee wat er aan de hand zou kunnen zijn. De hele dag heeft geen aanleiding gegeven. Juf is lief en ze kan het allemaal goed volgen op school. Voor zo ver wij weten is er geen ruzie geweest met de beste vriendin. Zelfs met mijn meest onderzoekende blik kan ik geen spoor van schuldgevoel bij mijn zoon ontdekken, hij weet van niets. Ik hou haar even van me af, 'wat is er dan meisje?' maar als aan een elastiekje schiet ze weer terug naar mijn schouder. Ze weet het ook niet en kan het niet uitleggen. Het gaat langzaam over en dan praten we er niet meer over. 's Avonds controleren we nog even het boek dat ze aan het lezen is, maar daar is ook niets zieligs of verdrietigs aan.

Gewoon even lekker janken, is tenslotte de diagnose, nergens voor nodig maar vast heel verfrissend.

Was het nog bijna een gewone dag geworden.