Een uitgave van mats bv ©
EENZAAM EN ALLEEN
Jaargang VIII, 28
Wij gaan een weekje op vakantie en Blanco, onze ex-kater dus ook. Niet naar hetzelfde adres, hoewel sommigen van ons dat wel zouden willen, maar naar het dierenpension. Hij is daar al een keer eerder geweest, toen is het hem goed bevallen en hij verheugt zich dan ook op een weerzien met zijn vakantievriendjes. Dat zegt mijn vrouw tenminste. Maar dat valt vies tegen. In het pension blijkt namelijk dat zijn inenting tegen kattenniesziekte korter dan een half jaar geldig is en dat betekent blijkbaar dat hij extra bevattelijk is voor de gevaarlijke ziekte en dat hij dus in quarantaine moet. In wat? In quarantaine! Dat betekent dat hij de hele week op een aparte afdeling alleen in een hok moet en zijn vriendjes en vriendinnetjes van de vorige keer niet zal treffen.
Ik sta in dubio, want dat lijkt me eigenlijk hartstikke zielig.
'Ja, ik kan me eigenlijk wel voorstellen dat u dat vindt,' zegt de mevrouw van het pension om te helpen, 'maar dat zijn nou eenmaal de voorschriften.'
'Dat doen we niet hoor pappa,' fluistert mijn zoon me luidkeels in het oor, want hij wil vooral niet onbeleefd zijn. 'Dat is helemaal niet leuk voor Blanco. Kom, we gaan naar een ander pension.'
De mevrouw heeft het natuurlijk toch gehoord en denkt dat zulks weinig zin zal hebben, 'want de regels zijn overal hetzelfde.' Ik zie mijzelf, mijn twee kinderen en mijn ex-kater alweer onverrichterzake naar huis terugkeren.
'Het is niet gelukt, schat, hij mocht niet bij zijn vriendjes in een hok, dat vonden wij zielig en dus gaat hij maar met ons mee op vakantie, ik denk dat ik dat wel kan uitleggen aan de hoteleigenaar.'
Dat zal mamma leuk vinden. Drie jengelaars op de achterbank.
'Misschien is het wel helemaal niet zo zielig,' bemoeit mijn dochter zich er mee, na lang nadenken. Zij zal later waarschijnlijk in de diplomatieke dienst terecht komen. 'Misschien is het wel veel zieliger als hij de hele vakantie in een hok moet zitten met andere poesjes die hij niet leuk vindt. Misschien vindt hij het helemaal niet erg om eens een weekje alleen te zijn. Lekker rustig.'
Ik besluit om het signaal dat mijn dochter hier afgeeft, te negeren en haak gretig in: 'Daar zou je wel eens gelijk in kunnen hebben. En ik denk dat mevrouw hem best af en toe eens extra wil verwennen.'
Zonder al te veel overtuiging wil de pensionhoudster dat wel toegeven, want ze moet weer verder.
En dan moet de vakantie nog beginnen. Terug naar huis, blijkt er een verstekeling in de auto mee te rijden, een dikke bromvlieg. Eén pets met de gratis ANWB routekaart en we zijn weer met z'n drieën.
'Zó,' zeg ik flink, 'die is dood.'
'Nee hoor pappa,' zegt zoonlief-de-dierenvriend, 'die heeft alleen een verschrikkelijke hersenschudding.'
