Een uitgave van mats bv ©
ELEKTRO
Jaargang XIII, 1
Als ik thuiskom, is mijn hele gezin elektronisch aan de gang. De digitale revolutie is bepaald niet aan ons voorbijgegaan.
Mijn zoon scheurt met Lamborghini’s door de huiskamer, hoewel dat eigenlijk verboden is. Natuurlijk, de jongen mag best af en toe een race-spelletje spelen op de grote tv in de woonkamer, maar hij weet dat zijn vader Lamborghini’s eigenlijk hele ordinaire auto’s vindt. Neem dan desnoods een Ferrari of een Corvette of eventueel een Ford Mustang. Maar nee, steeds weer die paardenstaartauto’s. Gewoon om mij te jennen; de nieuwe gedaante van de generatiekloof.
Mijn dochter zit waarschijnlijk te chatten met vriendinnen of erger. Dat weten we nooit zeker. Als ik kom aanlopen zien ik vaak nog net het scherm veranderen. Dan zien we een brave mode-website of iets om huiswerk op te maken. Die zou wel eens gewoon verliefd kunnen zijn.
Mijn vrouw gebruikte tot voor kort de computer waarvoor hij gemaakt is: om te werken. Financiële administraties voornamelijk. En natuurlijk om het contact met haar verre vriendin te onderhouden. Sydney, San Francisco of Fort Lauderdale, de elektronische postbode is er in een oogwenk. Die vriendin komt overigens terug naar Nederland en dat zullen de sportclub, de tennisclub en diverse andere groeperingen gaan merken.
Sinds kort schakelt ze de computer echter ook in bij het hardlopen. Ze heeft een apparaatje dat haar stappen telt en zo de afstand en de snelheid kan bepalen die ze loopt. Dat apparaatje zit op haar schoen en is draadloos verbonden met een iPod, een muziekspelertje, dat alles registreert en ondertussen ook nog DJ Tiesto, Frank Sinatra, Andre Hazes en Jan(tje) Smit kan afspelen. Nee, de muzikale voorkeuren van mijn vrouw en mij lopen niet synchroon. De sportieve voorkeuren trouwens ook maar gedeeltelijk. Ik kan haar al lang niet meer bijhouden. Zij loopt inmiddels onder elektrische coaching van Lance Armstrong. Doping-vrij wel te verstaan.
Het vergt nogal een voorbereiding, zo’n elektronische workout. En trouwens ook een hele behoorlijk kennis van het Engels. Het wil dan ook niet altijd van een leien dakje.
‘Hij doet het niet.’
Zo opgeschreven, klinkt dat als een objectieve constatering, maar op onnavolgbare wijze kan mijn vrouw die paar woorden laten klinken als een aanklacht tegen de moderne tijden, de elektronica-industrie, haar computer, de kinderen en mij.
‘Begin eens met de gebruiksaanwijzing,’ zou ik kunnen zeggen, maar ik kijk wel uit.
‘Wat doet het niet, schat?’
‘Hij doet helemaal niks. Ik wil een eigen computer.’
‘Ik ook,’ roept mijn dochter.
‘Ik ook,’ kan mijn zoon daar nog aan toevoegen. Die twee moeten oppassen, want het ligt natuurlijk allemaal aan hen en hun onzindelijke computergedrag.
‘Laat papa maar even,’ zeg ik en ik laat mijn vingers knakken boven het toetsenbord. Ik moet natuurlijk ook oppassen.
Niet dat ik nou speciaal verstand van computers heb, maar als ik twee enorme spellen heb verwijderd die de zoon geïnstalleerd heeft, alsmede de complete internetgeschiedenis van de dochter – interessant! – en ook nog alle openstaande programma’s afgesloten heb, blijkt het toch gewoon allemaal te werken.
‘Gewoon even weten waar je mee bezig bent,’ stel ik boud.
‘Daar ligt het niet aan, ik wil gewoon een eigen computer.’
‘Ik ook.’
‘Ik ook.’
Ik waag te betwijfelen of dat zal helpen. Waarschijnlijk kan ik dan een eigen hardloopcarrière helemaal vergeten, vanwege support-werkzaamheden.
Het valt natuurlijk te overwegen.
