Een uitgave van mats bv ©

FANS

Jaargang XI, 5

Aan de telefoon een mevrouw van de bibliotheekcommissie met honderd excuses, maar er is iets fout gegaan met de oproep voor de voorleeswedstrijd, die is namelijk zoekgeraakt. Hoe het precies is gegaan weet ze ook niet, maar het is nu woensdag en onze dochter wordt aanstaande zaterdag in de stadsbibliotheek verwacht om het op te nemen tegen acht andere schoolkampioenen uit onze woonplaats.

Slechts met ongelooflijke zelfbeheersing blijf ik aan de telefoon rustig, om meteen in paniek te raken zodra ik de hoorn heb neergelegd. Voor mijn vrouw, onze zoon en mij is de schade nog wel te overzien; wij hadden ons als meelevende supporters graag beter voorbereid, maar daar komen we wel uit, een spandoek is snel gemaakt. Bij onze kandidaat-deelnemer zal de stress echter genadeloos toeslaan, ook al beweert de boekenmoeder dat ze vooral niet meer moet gaan oefenen omdat het naturel moet en dat ging zo goed tijdens de voorronden op school.

Na schooltijd, tijdens een inderhaast bijeengeroepen familieberaad, blijkt dat oefenen echter helemaal geen probleem. Veel erger is het dat net op deze zaterdag een partijtje is waar ze erg graag naar toe was gegaan vanwege het feit dat het nogal gevoelig ligt met uitnodigingen. Vraag me niet hoe dat precies zit, dat weet ik ook niet: meidendingen. Bovendien gaan zowel haar beste vriendin als haar ex-beste vriendin naar dat feestje en die had ze allebei graag in haar publiek gehad. En haar beste vriend, die ernstig ziek is en waar ze dus heel erg mee meeleeft, wordt deze week geopereerd, dus die zal er ook niet zijn. Haar broer trouwens ook niet, die heeft zelf een belangrijke partij, maar daar lijkt ze aanzienlijk minder moeite mee te hebben.

‘Bel die-en-die dan’, stelt mijn vrouw voor, ‘die vinden het vast leuk om te komen’.

Helaas, die kunnen aanstaande zaterdag ook niet en dan biggelen de tranen natuurlijk.

Later op die avond besluiten mijn vrouw en ik dat ik moet ingrijpen. Ik loop morgen onopvallend bij meester langs, die is nu de enige die wat kan doen.

Meester, die natuurlijk niet voor niets meester is geworden, heeft niet veel uitleg nodig: laat dat maar aan hem over. Ik druk hem nog op het hart om vooral niet te laten merken dat ik me er mee bemoeid heb. De beste man kijkt me quasi-beledigd aan en dan komt mijn dochter de klas inlopen en is het gesprek over.

‘Wat kwam je eigenlijk doen bij ons in de klas’, zal ze ’s avonds vragen, maar daar lieg ik me met een stalen gezicht glashard uit. Dat is echt de categorie ‘voor bestwil’.

Die zaterdag moeten er in de bibliotheek stoelen worden bijgezet om alle kinderen die mijn dochter komen ondersteunen een plaats te bieden. En de belangstellende meegekomen ouders moeten maar even blijven staan.

Buitensporig, onmatig en onbehoorlijk trots ben ik op mijn meisje als ze haar stuk voorleest. Rode blosjes op de wangen van de zenuwen, maar het toch maar gewoon doen. Mijn vrouw, die altijd doet alsof ze in dit soort zaken stoerder is dan ik, knijpt hard in mijn hand. We redden het nét.

Helaas is ze in deze ronde uitgeschakeld.