Een uitgave van mats bv ©
FUN SHOPPEN
Jaargang XII, 17
‘Waar zou het aan kunnen liggen, Mat?’
Ja hoor eens, wie is er hier nou de diëtiste? Ik ben hier twee weken geleden vertrokken met de belofte dat ik ruim zeven kilo zou afvallen gedurende de eerste twee weken en daarna in een tempo van anderhalve kilo in de week. Ik heb geleden, gestreden en afgezien deze twee weken. Meer sla gegeten dan goed zou zijn voor elk willekeurig konijn. Hoe je het woord ‘snackbar’ schrijft, kan ik me niet eens meer herinneren en de pizzakoerier is aan de deur komen vragen of het misschien aan hem ligt.
En wat blijkt? Niet zeven kilo afgevallen, zoals afgesproken, maar slechts drieëneenhalf.
‘Neem je wel de juiste hoeveelheden en dan vooral in de koolhydraten?’
Omdat mijn vrouw deze afslankpoging zó hinderlijk enthousiast volgt en ondersteunt, dat ik durf te spreken van een complot, is ook dit een overbodige vraag. Zij, mijn vrouw, laat zich hier van haar boekhouderigste kant zien, ik krijg geen gram te veel.
‘Eet je soms te weinig?’
Dacht het niet!
‘Sport je?’
Erger dan ooit!
‘Telkens een sportdrank nemen na de training, hoor.’
Wij hebben een hele krat van het huismerk van onze kruidenier, dat moet voldoende zijn.
Je zou bijna het idee krijgen dat het míjn schuld is dat ik niet voldoende ben afgevallen.
En het ergste is: ik ben ook nog eens verkéérd afgevallen. Twee kilo vet, dat is goed, maar ook anderhalve kilo spiermassa. Anderhalve kilo spiermassa! Staat voor – pakweg- één jaar trainen en goed eten.
De sfeer is om te snijden. Alleen op basis van gezamenlijke doelstelling en wederzijdse professionaliteit houden we het zakelijk.
‘En hoe staat het met de alcohol?’
Daar zijn we dan! Het kon niet uitblijven. Mijn enige echte vriend, de Beertender, staat in een hoek op het aanrecht in de keuken weg te roesten. In zijn buikje een halfvol vaatje ‘Brand’, verschaald inmiddels. Maar ik permitteer me wel nog vaak een borrel, laat op de avond, laat ik het maar toegeven.
‘Dat mag geen naam hebben,’zeg ik.
‘Eén borreltje per avond?’ zegt ze en ze geeft de maat aan tussen wijsvinger en duim.
‘Als jij dát één noemt, zijn het er wel twee,’ zeg ik.
Neem het me maar af, het was het laatste wat ik nog had.
Ik ga met de kinderen naar de kermis en zie overal mensen op terrasjes achter een vrolijk lente-biertje. Ik ploeter een hele dag aan het zomerklaar maken van tuin en buitenboel en neem daarna voldaan een koel glas water.
Om niet in een enorme voorjaarsdepressie te zinken, pas ik een typische vrouwentruc toe. Excusez-le-mot! Ik ga funshoppen. De langverbeide platte televisie wordt aangeschaft. Eersteklas spullen, prima kwaliteit; het mag wat kosten. Ruim op tijd thuisbezorgd en geïnstalleerd voor het WK Voetbal.
Hier laat mijn vrouw zich van haar manvriendelijkste kant zien. ‘Dat moet je echt alleen doen, schat. Jij hebt daarover nagedacht, jij beslist.’
Het helpt écht.
