Een uitgave van mats bv ©

GEDACHTENSPELLETJE

Jaargang VIII, 26

We zijn aan het na-tafelen. Dat wil zeggen, we zijn eigenlijk allemaal klaar met eten behalve de dochter des huizes, zoals altijd, en dus wachten we op haar en kletsen de tijd weg. Helaas heeft mijn dochter daarbij vaak het hoogste woord, waardoor het allemaal nog langer duurt. Er zijn gezinnen, hebben wij gehoord, waar onder het eten niet gesproken wordt. Wij kunnen ons daar heel goed iets bij voorstellen, maar zo'n regel zou het bij ons nooit lang houden. Wij kletsen nu eenmaal graag.

'Laten we een gedachtenspelletje doen,' stel mijn dochter voor, 'pappa doe je ook mee?'

Dat is goed. Voeden en opvoeden tegelijk. Ik neem iemand in gedachten.

'Is het een jongetje of een meisje? Een jongetje? O, dan ben je het zelf.'

Mijn zoon is in één beurt klaar. Dat is jammer, want veel beter kan ik ze niet verzinnen. Ik vond het zelf wel listig, ik was er nooit zo snel achter gekomen. Nu is hij zelf aan de beurt, maar dat schiet niet op. Al snel blijkt dat hij een meisje uit zijn klas in gedachten heeft, maar als mamma alle meisjes uit de klas opnoemt, is ze er toch niet bij. Of toch, de tweede die genoemd werd. Beurt voorbij.

De dochter, die nog niet eens aan de groente is begonnen, is aan de beurt. Zij verandert de spelregels, we spelen nu 'mijn vader heeft een winkel'.

'Ik heb helemaal geen...'

'Nééhéé, pappa, dan zeg ik 'mijn vader heeft een winkel' en dan moet jij vragen 'wat voor een winkel?' en dan zeg ik bijvoorbeeld 'een dierenwinkel' en dan moet jij weer vragen 'wat kun je daar kopen?'. Snap je?'

Ik snap het heus wel, maar ik heb een hekel aan spelletjes waar je tegenstander van tevoren precies uitlegt wat je moet doen, zodat jij nooit kunt winnen. Maar ik wil natuurlijk geen spelbreker zijn.

Vervolgens ontwikkelt het vraag- en antwoordspelletje precies zoals hierboven omschreven. Maar wat kun je nou kopen in een dierenwinkel dat begin met een H?

'Een honijntje?' opper ik jolig. Mijn vrouw begint vast hoofdschuddend af te ruimen. Dat doe ik nou altijd. Zijn we juist opvoedkundig correct en intelligentieprikkelend bezig, moet ik weer lollig doen. Dat spelletje kunnen we verder vergeten. Mijn zoon krijgt nog wel een hint: 'het begint met hond', maar alleen met krachtig optreden en chocoladevla keert de rust weer enigszins terug.

Wel zijn haast ongemerkt de bordjes leeg. Nu mogen ze nog heel even op de bank televisiekijken en dan tanden poetsen en pyjama aan en misschien nog even lezen in bed. Tegen die tijd is de opwinding wel gezakt en vallen de ogen vanzelf dicht.

Het licht is al uit als mijn dochter vraagt of we de oplossing van het gedachtenspelletje nog willen horen.