Een uitgave van mats bv ©
GEEN ZORGEN
Jaargang VIII, 18
'Nou,' zegt onze zoon, 'je wordt wel verwend als je in het ziekenhuis bent geweest.'
Nou en of, daar zijn we niet kinderachtig in, zeker als je zo stoer en flink geweest bent als onze jongen. Hij zou eigenlijk pas over een paar weken, maar het is wat vlugger gegaan omdat er wat complicaties waren. En hij moest ook een nachtje blijven. Maar hij heeft geen krimp gegeven.
'Is het een jongetje of een meisje,' vroeg de mevrouw aan de andere kant van de telefoon, toen mijn vrouw hem aanmeldde. Dat schept vertrouwen zeg! Het mag dan zo zijn dat bij ons in de stad steeds meer meisjes een jongensnaam krijgen, maar het kwaaltje waaraan hij wordt geholpen is toch echt een heel erg jongens-probleem. En meer wil ik er inhoudelijk niet over kwijt.
Omdat hij onder narcose moest, mocht hij vanaf 7 uur niets meer eten of drinken. Om 10 uur werd hij in het ziekenhuis verwacht en om 5 uur in de middag werd hij geholpen. Dan treft zo'n ziekenhuis het dat zijn moeder met hem mee was, die blijft in dat soort situaties wat langer redelijk dan zijn vader. Natuurlijk waren de zusters wel allemaal even lief en gelukkig mocht mamma 's nachts bij hem blijven. Daar staat tegenover dat waarschijnlijk een heel peloton ME had moeten uitrukken om mijn vrouw in deze situatie van mijn zoon te scheiden. Dat hadden ze natuurlijk wel ingeschat daar in dat ziekenhuis.
Hooguit 5 minuten nadat we horen dat hij naar huis mag, staan we aan zijn bed, zijn zus en ik. Zwaaien naar de zuster die zo goed voor hem gezorgd heeft, nog even kijken naar een heel klein baby'tje in de couveuse en dan zo snel mogelijk naar huis.
Thuis krijgen we het verhaal in geuren en kleuren te horen. Met genoeg bloederige details om het voor onze dochter spannend te maken, maar ook weer niet te veel omdat het voor pappa ook nog een beetje leuk moet blijven. Maar als mijn zoon zo flink kan zijn, dan kan ik het ook, dus ik verwissel de eerste keer zijn verband. De verdoving is zo'n beetje uitgewerkt en het verband zit vast aan de wond.
'Pappa mag ik heel hard in je handen knijpen als het te veel pijn doet?' vraagt hij terwijl de tranen in zijn ogen springen.
Hoe kleinzerig ik ook ben, ik had het graag van hem overgenomen. Ik ben verschrikkelijk trots op dat kleine stoere mannetje. Maar waarschijnlijk overdrijf ik met mijn bezorgdheid. Of het nog pijn doet, of het verbandje niet te strak zit? Misschien wil hij wat drinken en zou hij niet een uurtje naar bed gaan?
Zelfs onze zoon, die het zich normaal gesproken toch graag laat aanleunen, wordt er een beetje kriegel van.
'Pappa je hoeft je nou ook weer niet zo heel veel zorgen om mij te maken.'
