Een uitgave van mats bv ©
GEZELLIG
Jaargang XI, 1
Het is wel gebeurd, vroeger, toen we nog geen kinderen hadden en toen we nog rookten, dat we gezellig bij elkaar zaten te kneuteren, mijn dierbare echtgenote en ik en dat de kaarsen langzaam uitgingen. Gordijnen dicht, kachel lekker hoog: zuurstofgebrek. Inmiddels hebben we kinderen die nooit een deur achter zich dichttrekken, katten die te pas en te onpas door hun kattenluikjes klepperen en we roken niet meer, dus qua zuurstof zit het wel snor.
Maar lekker bij elkaar wegkruipen rond de kachel, kunnen we nog heel goed; ook al is dat tegenwoordig een open haard. Zeker in dit seizoen, voor en na ‘de feestdagen’. Bij het eerste vermoeden van schemering gaan de gordijnen dicht en overal in het huis waxinelichtjes aan. Kopje thee erbij. Met het aansteken van de open haard wachten we dan meestal nog even, omdat we mama kwijt zijn, zodra die aangaat. Dan doen we een spelletje of een puzzel van minstens duizend stukjes en ondertussen voeren we onze bekende goede gesprekken. En vaak hangen we gewoon lui op de bank en kijken we naar televisieprogramma’s waar we niets aan zouden hebben gemist als we ze hadden gemist. Wij geven zelf graag het weer de schuld. Vroeger, toen je nog strenge winters had en Elfstedentochten, zouden wij vast en zeker naar buiten zijn gegaan voor ijspret. Zouden wij in elk geval de kinderen naar buiten hebben gestuurd en zou ik me vast wel hebben laten overhalen tot een serieus sneeuwballengevecht. Maar welk kind weet nou nog wat koek en zopie zijn? Tegenwoordig miezert en druilt het toch alleen nog maar? Natuurlijk houden wij als rechtschapen ouders het oud-Hollandse verschijnsel ‘een frisse neus halen’ nog wel in ere. Een fijne bos- of strandwandeling, een heel eind fietsen. Maar de kinderen hebben heus wel in de gaten dat het niet van harte gaat.
Wij zijn overigens niet de enigen die dat hebben, men heeft er zelfs een naam voor verzonnen. Cocooning heet het, een coconnetje voor jezelf spinnen, zoals de rups doet die vlinder moet worden. Winterslaap voor mensen zou het ook kunnen heten.
En net als het begint te wennen, is het alweer over. Je wilde je nog eens lekker omdraaien, maar het was al januari, het leven was alweer begonnen.
Vanmorgen nog hebben mijn dierbaren afscheid van me genomen alsof ik voor maanden op de grote vaart ging, maar het was maar een kort zakenreisje. En nu bel ik vanaf een mistroostige motelkamer of ze me al missen.
‘Met mij…’
‘Dag schat, met papa uit den vreemde. Alles goed met jullie?’
‘Hoi papa, alles goed. Ik ben iets aan het maken met saté-prikkers, doorzichtige plastic bekers en papier. Ik weet alleen nog niet wat. M’n broertje zit achter de computer natuurlijk en mama zit een boekje te lezen. Zal ik je mama even geven?’
Het duurt even voordat mama aan de telefoon komt; heel spannend boek zeker.
‘Rustige dag geweest’, vertelt ze. ‘Straks gaan we nog een lekker stuk fietsen en dan is er nog een leuke film voor ze op de televisie’.
Ik hóór hoe ze de plaid nog eens lekker over zich heen trekt.
