Een uitgave van mats bv ©

GOED GESPREK

Jaargang IX, 35

‘Jongetje, loop eens met mij mee, wij gaan een zogenaamd goed gesprek voeren.'

Mijn vrouw en dochter trekken allebei een wenkbrauw op. Met mijn vrouw heb ik afgesproken dat ik eens met de jongen praat als zich een mooie gelegenheid voordoet. Ze had waarschijnlijk een subtielere en achtelozer openingszin verwacht, maar persoonlijk vind ik duidelijkheid altijd de moeder van de porseleinkast. Mijn dochter ruikt sensatie.

'Waarom moet dat pappa? Is er een probleem met mij? Kan dat niet straks?'

Een probleem is een groot woord. Het is nog steeds een lekker jongetje, net een kilootje te zwaar, meestal vrolijk en altijd te porren voor een geintje. Wil later paleontoloog worden en weet ook wat dat betekent, maar misschien ook fotograaf of allebei. Zou niettemin ook wel eens in de showbizz terecht kunnen komen, gezien zijn vlekkeloze imitatie van Gareth Gates en zijn vorderingen op de piano. Het rapport van de piano-juf dreigde aan het eind van vorig schooljaar nog even beter te worden dan zijn schoolrapport. En de echte juf zal zeer jaloers gekeken hebben naar zijn 8 voor 'werkhouding', wat bij ons vroeger 'vlijt' heette. Hij heeft tegelijkertijd last van wat wij met een net mooi woord concentratieproblemen noemen en met een lelijk woord etterjes-gedrag. Hij lijkt af en toe alleen geïnteresseerd in computers, televisie en snoepen.

'Mag ik op de computer?'

'Nee, het is prachtig weer, ga maar lekker buiten spelen.'

'Mag ik dan televisie kijken?'

'Nee, zelfde antwoord als zojuist.'

'Mag ik dan een snoepje?'

'Nee.' '

Mag ik dan Limonade?'

'Néé!!'

'Waarom mag ik niet op de computer...de televisie...geen snoepje....?'

Maar goed, we hebben een lekkere vakantie achter de rug, met veel zon, zwemmen en aandacht voor elkaar. Zijn verjaardag staat voor de deur en hij krijgt een nieuwe juf. Tijd voor een zogenaamd goed gesprek. Bovendien heb ik een klusje aan de oude auto waar ik zijn kleine sterke priegelvingertjes goed kan gebruiken. Dat is dus die mooie gelegenheid. Halverwege de klus, die we geconcentreerd en in nauwe samenwerking uitvoeren, vraagt hij: 'Wanneer komt nou dat goed gesprek?'

En ik leg uit dat het tijd wordt om weer een stukje te groeien. Dat de beker limonade niet omvalt als je oplet wat je doet. Dat hij best weet dat het 'liep' is in plaats van 'loopte' als hij even nadenkt. Dat niet alles per ongeluk gaat omdat hij er niets aan kan doen en eigenlijk iemand anders de schuld moet krijgen. Dat we niet voortdurend 'nee' tegen hem willen zeggen. Sterker nog: we gaan elke keer dat we nee moeten verkopen een cent van zijn zakgeld aftrekken, eens kijken of hij aan het eind van de week nog wat overhoudt.

'Dat is goed hoor pappa. Is het goed gesprek nou afgelopen? Mag ik nou gaan? Mag ik trouwens een glaasje water?'

'Nee, nee en nog eens nee. Dat is dan drie cent.'

Geintje. Moet ook kunnen.