Een uitgave van mats bv ©
GOLF
Jaargang XII, 45
Met mijn vrouw moet je oppassen. Na al die lange jaren huwelijk heeft die mij waarschijnlijk beter door dan ik mezelf. Terwijl ik natuurlijk de man in huis ben en het hoofd van dit gezin, of althans graag die illusie koester, krijgt ze het op een of andere, min of meer slinkse, nee, laten we zeggen vrouwelijke manier toch altijd zo geplooid als zij het wil.
Ik heb al vaker gezegd dat wij in allerlei opzichten een heel gewoon gezin zijn.
Ik geef graag een voorbeeld.
Qua sportieve instelling verschillen mijn vrouw en ik nogal van elkaar. Zij sport graag en veel, ik zo weinig mogelijk. Terwijl zij voor elke afzonderlijke sport een buitengewoon kekke outfit heeft en sinds kort voor bij het hardlopen zelfs een i-Pod om zich elektronisch te laten coachen en begeleiden, hijs ik me van tijd tot tijd met frisse tegenzin in mijn oude trainingspak om naar de sportschool te gaan met als voornaamste doel om in mijn huidige garderobe te blijven passen.
Maar mijn vrouw wil graag dingen samen doen. Samen naar de sportschool is niet voldoende omdat we daar volstrekt afzonderlijke programma’s volgen en ik zie mijzelf niet bij dag en ontij langs ’s heren wegen galopperen. Mijn dierbare echtgenote wil gelukkig ook samen met mij oud worden en omdat ze niet kan bridgen, zou ze graag een andere gezamenlijke liefhebberij ontwikkelen.
Golfen is misschien een idee, opperde ze daarom een tijdje geleden. Mwah, ik weet niet. Voordeel van golfen is dat je het met een beetje goede wil een sport zou kunnen noemen, terwijl je er niet echt moe van wordt. Nadeel is dat het veel tijd kost, dat je er aanleg voor moet hebben of veel les moet nemen, terwijl het altijd regent.
Om mijn goede wil te tonen heb ik een paar serieuze pogingen gedaan. Ik heb ergens in Friesland een hele dag privé-les gehad en een hand vol blaren opgelopen terwijl zij in een belendend hotel een lekkere schoonheidsbehandeling kreeg. Later heb ik nog eens een bedrijfs-clinic gehad, maar daar ben ik de knuppel kwijt geraakt omdat hij uit mijn hand vloog en in een boom bleef hangen. Heb ik nog ruzie staan maken omdat ik het belachelijk vond om op die plek bomen neer te zetten.
Tot zover het edele golfspel. Had ik gedacht. Maar daarmee had ik buiten de waard gerekend.
‘Moet je je voorstellen,’ zegt ze op een gegeven moment, dwars door een interessante voetbalwedstrijd op de tv, ‘dan zijn we gepensioneerd, de kinderen zitten op de universiteit en dan gooien we de golftassen achter in de cabriolet en trekken we heel Europa door van golfbaan, naar golfbaan.’
Hoor ik dat goed? Een cabriolet? Maar dat was toch een belachelijk idee in een land waar het altijd regent? En zeker dat buitenissige model dat ik in mijn gedachte had. Waarom moest het bij mij toch altijd zo buitenproportioneel? Wat moest de buurt daar wel niet van denken?
Maar inderdaad, ik hoorde het goed: golftassen achter in de cabriolet. De vrouw geeft en de vrouw neemt.
De golflessen zijn er gekomen, de golftassen inmiddels ook.
De cabriolet om ze achterin te gooien natuurlijk nog niet.
